header oranje fruit en groenten

Overzicht wijzigingen kwaliteitsstandaarden in 2023 

Komend jaar gaan diverse kwaliteitsstandaarden wijzigen. Wat zijn de te verwachten wijzigingen in 2023? En wat zijn de belangrijkste aandachtspunten? Een overzicht met de nu voorziene wijzigingen in 2023. 

De genoemde belangrijkste reden voor aanpassingen van de kwaliteitsstandaarden is het beter aansluiten op de internationaal gebruikte normen zoals Code of Practise van de Codex Alimentarius of andere ISO normen. Bovendien wil men inspelen op relevante ontwikkeling en opmerkingen van belanghebbenden. 

BRCGS Food Safety versie 9 

De definitieve versie van BRCGS Food versie 9 is in augustus 2022 gepubliceerd. Met de actualisatie wil BRCGS aansluiten op de nieuwste trends en activiteiten in de branche, praktische ervaringen en best practices uit de branche. Vanaf 1 februari 2023 starten de audits volgens de nieuwe norm. De belangrijkste wijzigingen zijn beschreven in de hier te lezen whitepaper. 

FSSC 22000 versie 6 

FSSC 22000 versie 6.0 wordt meer in lijn gebracht met de in juni 2022 gepubliceerde ISO 22003-1:2022. Deze ISO norm bevat vereisten voor de audit en certificering van een voedselveiligheidsbeheersysteem (FSMS) dat voldoet aan de vereisten van ISO 22000 (of andere gespecificeerde FSMS-vereisten). Ook continue verbetering van de standaard is een aanleiding.  

IFS Food versie 8 

De definitieve versie 8 van de standaard is nog niet gepubliceerd. Wijzigingen werden doorgevoerd naar aanleiding van de update van de General Principles of Food Hygiene (CXC 1-1969, rev. 2020) van de Codex Alimentarius in november 2020, de nieuwe ISO 22003-2 standaard voor product en proces standaarden en feedback van belanghebbenden. De definitieve versie van IFS Food Safety versie 8 zal naar verwachting het eerste kwartaal van 2023 gepubliceerd gaan worden.  

IFS Broker versie 3.2 

IFS heeft aangekondigd dat zij gestart is met de evaluatie van de IFS Broker versie 3.1.Een tijdspad is nog niet gegeven, maar aannemelijk lijkt dat de draft het komende jaar zal verschijnen.  

GMP+ 

De overgangsfase naar de nieuwe versie GMP+ 2020 norm loopt door tot 1 september 2024. Informatie over de wijzigingen is te vinden in het artikelGMP+ Feed Certification scheme 2020. De documenten behorende bij het kwaliteitssysteem kunnen elk een verschillend versienummer (= uitgiftedatum) hebben. 

GlobalG.A.P. 

De Integrated Farm Assurance (IFA) versie 6 is gepubliceerd in september 2022 

Er zijn twee edities van IFA versie 6:   

  • IFA versie 6 Smart – geschikt voor de meeste producenten  
  • IFA versie 6 GFS – voor producenten die een GFSI-erkende certificering nodig hebben   

Vanaf 1 januari 2024 wordt IFA versie 6 verplicht. Informatie over de wijzigingen zijn te vinden op de website van Global GAP en zijn samengevat in dit document. 

Tegelijkertijd met IFA 6 is GRASP versie 2 gepubliceerd, die de huidige versie 1.3-1-i gaat vervangen. 

In november 2022 is daarnaast de GlobalG.A.P. Chain of Custody versie 6.1 uitgebracht. Deze versie is een verduidelijking van versie 6. Wanneer deze versie ingevoerd gaat worden is nog niet gepubliceerd. 

5 wijzigingen in wetgeving en standaarden per 1 januari 2023

In dit artikel is een aantal wijzigingen op een rijtje gezet die per 1 januari 2023 ingaan. Het betreft diverse wijzigingen, over de vereisten over GlobalG.A.P. CoC, informatie te vermelden op etiketten (houdbaarheidsdatum, veiligheidswaarschuwing voor pluimveevlees en vervanging van zonnebloemolie), normen voor verontreinigingen in levensmiddelen en de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen.

Wijziging 1: GlobalG.A.P. Chain of Custody (CoC) verplicht 

Vanaf 1 januari 2023 moeten de volgende bedrijven een geldige CoC-certificering hebben: 

  • Bedrijven welke werken met losse, onverpakte producten afkomstig van GLOBALG.A.P. gecertificeerde productieprocessen;  
  • bedrijven die producten verpakken en labelen met een GLOBALG.A.P. identificatienummer (bijv. GGN, CoC-nummer, enzovoort); 
  • bedrijven die schriftelijk claimen dat een product afkomstig is van een GLOBALG.A.P. gecertificeerd productieproces.

Zie ook het artikel GLOBALG.A.P. Chain of Custody vaker vereist  en informatie op de website van GlobalG.A.P. 

Wijziging 2: afspraken etikettering zonnebloemolie naar aanleiding van de oorlog in Oekraïne 

Sinds de tekorten aan zonnebloemolie op de markt als gevolg van de oorlog in Oekraïne, springt de NVWA met coulance om ten aanzien van de etikettering van producten waarbij zonnebloemolie is vervangen. Als een vervangende olie gebruikt wordt in plaats van zonnebloemolie, moeten vanaf 1 januari 2023 alle etiketten weer geheel kloppen. Dus met de juiste ingrediënten en voedingswaarden. Lees meer in het artikel Tijdelijk geen handhaving NVWA tekort zonnebloemolie.  

Wijziging 3: gewijzigde en nieuwe maximumgehalten voor bepaalde verontreinigingen  

Diverse maximumgehalten in verordening (EG) nr. 1881/2006 zijn aangepast of nieuw en gaan per 1 januari in. Het betreft normen voor:  

  • Waterstofcyanide, inclusief waterstofcyanide in cyanogene glycosiden: nieuw zijn maxima voor lijnzaad (niet voor eindverbruiker: 250 mg/kg, voor eindverbruiker: 150 mg/kg), amandelen (voor eindverbruiker: 35 mg/kg; verse cassavewortel (50 mg/kg) en cassavemeel en tapiocameel (10 mg/kg) ;
  • Ochratoxine A: nieuw zijn maxima voor bakkerijproducten, granensnacks en ontbijtgranen, alcoholvrij moutdranken, gedoogde vruchten, dadelstroop, druivensappen, bepaalde zoetwaren op basis van zoethout, cacaopoeder, gedroogde kruiden, pistaches, sojabonen, zonnebloempittenen, pompoenzaad, (water)meloenzaad en hennepzaad. Voor bijvoorbeeld gebrande koffie en oploskoffie, waar al een maximumgehalte bestonden, zijn de normen aangescherpt.;
  • Delta-9-tetrahydrocannabinol (Δ9-THC)-equivalenten zijn nieuw in de verordening. Maxima gelden voor hennepzaad, afgeleide producten van hennepzaad (max 3 mg/kg) en hennepzaadolie (max 7,5 mg/kg).;
  • Dioxinen en dioxineachtige pcb’s: nieuw zijn onder andere normen voor lever van vrij vederwild en ‘vlees en vleesproducten van paarden, konijnen, wilde zwijnen of evers, vrij vederwild en herten’. Strengere normen worden van toepassing voor rauwe melk6en melkproducten, inclusief botervet.  

Verwacht in 2023 zijn normen voor diverse perfluoralkylstoffen (PFAS stoffen) in bijvoorbeeld visserijproducten als tweekleppige weekdieren. In de toekomst worden voor ham en kaas maxima verwacht voor het gehalte ochratoxine A, mede afhankelijk van monitoringsresultaten.  

Wijziging 4: uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen 

Met het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid‘ geeft Nederland ten aanzien van verpakkingsmaterialen invulling aan het zogenaamde EU-afvalpakket. De regels gelden voor producenten van verpakte producten en importeurs van verpakte producten die het verpakte product als eerste op de Nederlandse markt brengt. Lees meer in het artikel: Verpakkingen: uitgebreide producentenverantwoordelijkheid 

Wijziging 5:  regels over houdbaarheidsvermelding en waarschuwingstekst vers pluimveevlees  

Het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen wordt geactualiseerd op twee punten: 

  • Aanpassing houdbaarheidsvermelding aangaande de vermelding TGT of THT  – Op dit moment geldt volgens het Warenwetbesluit Bereiding en Behandeling van Levensmiddelen (BBL) dat een TGT vermelding (te gebruiken tot) geldt voor producten met het bewaarvoorschrift ‘gekoeld bewaren op een temperatuur tot maximaal 6 °C‘ of wanneer het product een houdbaarheid korter dan vijf dagen heeft. Alle overige producten krijgen momenteel een THT vermelding. Vanaf 1 januari 2023 gaat gelden dat de uiterste consumptiedatum (TGT) van toepassing wordt voor levensmiddelen die na de houdbaarheidsdatum als onveilig worden gezien. Het Warenwetbesluit wordt hiermee in lijn gebracht met Verordening (EU) Nr. 1169/2011.  Lees meer in het artikel THT of TGT: een stappenplan.
  • Waarschuwingsetiket voor vers verpakt pluimveevleesEen gemoderniseerde versie van de verplichte waarschuwingstekst voor vers verpakt pluimveevlees wordt middels pictogrammen en een korte tekst weergegeven:  Het product in de koelkast bewaren bij maximaal 4 °C;  handen, snijplank en mes grondig wassen na contact met rauw vlees;  het vlees goed doorbakken voor consumptie; het waarschuwingsetiket moet in hetzelfde gezichtsveld worden geplaatst als de benaming van het product. De waarschuwing geldt niet voor pluimveevlees dat diepgevroren verkocht wordt.

Naschrift: op 28 november 2022 is via de Staatscourant de wijziging van het Warenwetbesluit  officieel gepubliceerd.  Het waarschuwingsetiket wordt aan de bijlage van het besluit toegevoegd.

Chocolade-etiketten: kun jij er nog chocola van maken?

Van chocoladeletters tot kerstkransjes: aan het eind van het jaar liggen de schappen vol met chocoladeproducten. Van chocolade in allerlei smaken tot en met chocolade met de meest bijzondere toevoegingen. Maar bij het etiketteren van chocoladeproducten heb je te maken met veel verschillende eisen in wetgeving. Waar moet je op letten bij het etiketteren van chocoladeproducten?

Chocolade wetgeving

Voor Europa zijn de eisen voor cacao- en chocoladeproducten vastgesteld in Richtlijn 2000/36/EG. Voor Nederland zijn deze voorschriften uitgewerkt in het Warenwetbesluit Cacao en Chocolade. In dit Warenwetbesluit staan eisen met betrekking tot onder andere de samenstelling van chocolade, de benaming en etikettering.

Samenstelling

In paragraaf 2 van Warenwetbesluit Cacao en Chocolade zijn verschillende eisen genoemd waar de samenstelling aan moet voldoen. Zo staat in artikel 3 welke andere plantaardige vetten anders dan cacaoboter en welke dierlijke vetten wel en niet mogen worden toegevoegd. Als chocolade andere plantaardige vetten dan cacaoboter bevat, moet de volgende vermelding worden aangebracht: ‘bevat naast cacaoboter ook andere plantaardige vetten’.

Ook is aangegeven dat aan onder andere (melk)chocolade andere eet- of drinkwaren mogen worden toegevoegd, waarbij de toegevoegde hoeveelheid niet meer dan 40% mag bedragen van het totale gewicht van het eindproduct. In artikel 4 is vermeld dat aan chocolade slechts aroma’s mogen worden toegevoegd waarmee de smaak van chocolade of melkvet niet wordt nagebootst.

In Verordening (EG) Nr. 1333/2008 is dan weer vastgesteld welke additieven mogen worden toegevoegd aan chocolade. Aan chocolade mogen bijvoorbeeld geen kleurstoffen worden toegevoegd. Cacao- en chocoladeproducten vallen onder levensmiddelencategorie 05.1 Cacao- en chocoladeproducten als omschreven in Richtlijn 2000/36/EG.

Als een product geen chocolade bevat zoals gedefinieerd in het Warenwetbesluit, mag de benaming van het levensmiddel ook geen ‘chocolade’ of ‘choco’ bevatten, volgens het ‘Handboek Etikettering van levensmiddelen’ van de NVWA. Dit zou ook misleidend zijn voor de consument. Voor een product met chocoladesmaak dat geen chocolade bevat, kan in de benaming bijvoorbeeld worden aangegeven: ‘…met chocoladesmaak’ of, als het cacao bevat: ‘…met cacao’. Als het product wel chocolade bevat, mag ‘chocolade’ ook in de benaming worden genoemd. De aanduiding chocolade mag gebruikt worden in combinatie met de woorden -hagelslag of -vlokken als aan bepaalde eisen wordt voldaan die in het Warenwetbesluit staan vermeld.

% cacaobestanddelen

Volgens artikel 20 (d) van Warenwetbesluit Cacao en Chocolade moet bij een aantal chocoladeproducten, zoals bij ‘chocolade’ en ‘melkchocolade’, het totale gehalte aan droge cacaobestanddelen aangegeven worden met de vermelding ‘ten minste …% cacaobestanddelen’. Dit kan dus ook chocolade zijn waar andere ingrediënten aan zijn toegevoegd. Als de chocolade een ingrediënt is van een ander levensmiddel, bijvoorbeeld koekjes met chocoladestukjes, is het vermelden van het percentage niet verplicht. In de praktijk zie je dat dit soms wel wordt gedaan.

België

In België zijn de eisen voor cacao- en chocoladeproducten vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 19 maart 2004 inzake cacao- en chocoladeproducten voor menselijke consumptie. Op enkele verschillen na, komt dit in grote lijnen overeen met het Nederlandse Warenwetbesluit. Nationale wetgeving kan dus wel per lidstaat verschillen.

Kun je er geen chocola meer van maken?

Je las een aantal belangrijke wetgevingseisen voor chocoladeproducten en producten met chocolade. We begrijpen dat je er met zoveel regels soms geen chocola van kunt maken. Geen zorgen. Onze etiketteringsspecialisten helpen je graag met het opstellen en/of controleren van etiketten en specificaties, zodat je voldoet aan de wetgeving.

Neem contact met ons op

Nieuwe versie NVWA Informatieblad 64

Op 17 november 2022 verscheen een nieuwe versie van Informatieblad 64 van de NVWA. Wat is gewijzigd en hoe voldoe je aan deze nieuwe versie van infoblad 64?

Samenvoeging infoblad 64 en 65

In de nieuwe versie van Informatieblad 64 heeft een samenvoeging plaatsgevonden van Informatieblad 64 en 65. Beide bladen zijn opgesteld als richtlijn voor de beheersing van grondstofgevaren. De vorige versie van infoblad 64 was van toepassing voor industriële bedrijven die voedingsmiddelen produceren. Infoblad 65 had betrekking op bedrijven die handelen in consumentenproducten zonder deze te bereiden, bewerken of behandelen. Infoblad 65 werd in de praktijk gebruikt door distributeurs, handelaren en retailers. Met de samenvoeging van beide infobladen is infoblad 65 komen te vervallen.

Beheersmaatregelen die door de NVWA worden geaccepteerd.

In Informatieblad 64 is weergegeven dat de NVWA voor geleverde grondstoffen en producten de volgende beheersmaatregelen, of combinaties hiervan, accepteert:

  1. De leverancier van de grondstof levert bij elke partij een geldend certificaat (CoA) van een onafhankelijk onderzoek door een geaccrediteerd laboratorium.
  2. Als de leverancier van de grondstof geen analysecertificaat meelevert, dan moet je als afnemer voor relevante gevaren van de aangeleverde partijen zelf een analyse (laten) uitvoeren. Het aantal uit te voeren analyses hangt af van of het een bestaande betrouwbare leverancier is of een nieuwe leverancier (deze eis bestond al in de vorige versie van Informatieblad 64).
  3. Je kunt een audit (laten) uitvoeren bij de leverancier door een aantoonbaar opgeleide auditor. Deze eis bestond al in de vorige versie van het Informatieblad. Hieraan is nu toegevoegd dat de audit risicogericht met een minimale frequentie van één keer per drie jaar wordt uitgevoerd. Bij nieuwe leveranciers wordt de audit voorafgaande aan de eerste levering verricht.
  4. Een andere mogelijkheid is dat de leverancier gecertificeerd is door een op ketenborging.nl geaccepteerd privaat kwaliteitssysteem. Hierbij moet de beheersing van gevaren van grondstoffen/handelsproducten specifiek genoemd worden in de scope of het toepassingsgebied. Tijdens een dergelijke audit wordt specifiek gekeken naar de beheersing van grondstofgevaren. Ook wordt getoetst of alle grondstoffen worden beoordeeld en de gevaren aantoonbaar zijn beheerst.

Daarnaast worden op ketenborging.nl geaccepteerde voedselveiligheidscertificaten met een algemene reikwijdte (waarvan de beheersing van grondstofgevaren een onderdeel is) ook als voldoende beschouwd op voorwaarde dat:

  • De beheersing voor alle grondstoffen/producten is beoordeeld tijdens de audit en
  • Dat de punten genoemd onder punt 3 hierboven zijn beschreven in het auditrapport.

Een bedrijf moet in dit geval middels een rapportage aantonen dat een beoordeling is uitgevoerd naar de bewuste grondstoffen/producten en dat alle relevante gevaren aantoonbaar zijn beheerst. In de praktijk is hier over het algemeen echter beperkt aandacht voor tijdens de certificeringsaudit. Er is dan dus geen garantie dat alle grondstoffen ook daadwerkelijk worden beoordeeld.

GFSI-erkend certificaat niet meer voldoende

Kortom een GFSI erkend certificaat, zoals BRCGS, IFS of FSSC 22000 zal in de praktijk niet meer voldoende zijn voor de NVWA als het gaat om beheersing van grondstofgevaren. De NVWA wil zien dat alle geleverde grondstoffen en producten worden beoordeeld tijdens de audit en dit gebeurt momenteel niet tijdens een GFSI erkende audit. Tijdens deze audits worden alleen steekproeven genomen.

Voldoen aan het nieuwe Infoblad 64?

Hoe je voldoet aan de richtlijnen van Informatieblad 64 is per bedrijf en situatie verschillend. Onze Quality Assurance adviseurs bekijken graag samen met jou hoe je de grondstofgevaren nu beheerst en welke aanpassingen en acties nodig zijn.

Neem contact met ons op

Update samenvoegen informatieblad 64 en 65 

De informatiebladen 64 en 65 die gaan over de beheersing van relevante gevaren van leveranciers zijn onlangs door de NVWA samengevoegd. Op 17 november is de definitieve versie gepubliceerd van informatieblad 64. Hiermee is informatieblad 65 vervallen. Wat zijn de wijzigingen?

Samenvoegen 

De NVWA heeft Informatieblad 64 ‘Borging van voedselveiligheid in de levensmiddelenketen met betrekking tot de gevaren verbonden aan grondstoffen’ en informatieblad 65 ‘Borging van voedselveiligheid in de levensmiddelenketen met betrekking tot de gevaren verbonden aan inkoop van consumptie gerede producten’ samengevoegd tot een nieuwe versie van Informatieblad 64. De nieuwe titel is ‘Beheersing van relevante gevaren verbonden aan de inkoop van levensmiddelen (inclusief grondstoffen) in het kader van HACCP’. Samenvoegen heeft er voor gezorgd dat op één plek alle informatie ten aanzien van leveranciersbeheersing te vinden is.

Wat zijn de wijzigingen? 

Naast het samenvoegen zijn een aantal wijzigingen aangebracht, onder andere:

  • Toevoegen van definities. Ter verduidelijking wordt er verwezen naar een aantal definities in de wetgeving, een deel is in een tabel opgenomen waarin onder andere per exploitant de verantwoordelijkheden zijn weergegeven.  Hierin worden verantwoordelijkheden beschreven, zoals bijvoorbeeld de producent/verwerker/ private label houder, maar ook het verschil tussen vaste, nieuwe en wisselende leveranciers;
  • Verduidelijking van de reikwijdte met een tabel waarin per exploitant de verantwoordelijkheden zijn weergegeven.  Hierin is ook het onderscheid terug te vinden tussen verschillende soorten ingekochte producten (grondstof of consumptie gereed) zoals in infoblad 64 en 65 werd vermeld: producenten moeten alle relevante gevaren benoemen van hun grondstoffen, terwijl bijvoorbeeld een detailhandelaar alleen de meest relevante gevaren moet benoemen;
  • Uitvoering gevarenanalyse en gevarenbeheersing wordt verduidelijkt.  Hierbij wordt een toelichting Bijvoorbeeld dat ‘relevante gevaren’ gevaren zijn die op basis van met name historische data zijn geïdentificeerd. Als voorbeelden werden in de conceptversie gegeven ‘radiologische problemen bij producten die afkomstig zijn uit een land waar een kernramp heeft plaatsgevonden’ en ‘residu van bestrijdingsmiddelen die vaak bij een gewas zijn aangetroffen in het verleden’;
  • Toegevoegd is dat een certificaat van een leverancier onvoldoende kan zijn als enige bron van beheersing. Bijvoorbeeld in geval dat gevaren op kunnen treden tijdens of na transport.
  • Aanpassen van de te onderzoeken productgroepen ten behoeve van de steekproef voor het vaststellen betrouwbare/vaste leveranciers. Verduidelijkt is onder andere dat bij een nieuwe leverancier, bij de optie dat zelf analyses worden uitgevoerd, de eerste 5 leveringen per productgroep geanalyseerd moeten worden ‘op de relevante gevaren van de grondstoffen/levensmiddelen’. In de vorige versie van informatieblad 64 stond dit nog niet expliciet benoemd.
  • Audits kunnen uitgevoerd worden door een aantoonbaar opgeleide auditor en de minimale frequentie is gewijzigd van jaarlijks naar 1 keer per 3 jaar.
  • Een op ketenborging.nl geaccepteerd certificaat, moet aangevuld worden met een rapportage waar in aangetoond wordt dat de beoordeling is uitgevoerd naar de grondstoffen/ eindproducten en dat alle relevante gevaren beheerst worden. Aangegeven wordt dat de huidige certificaten hier veelal niet aan voldoen.

Andere handboeken die op de NVWA-website zijn gepubliceerd in 2020 – 2022 zijn handboeken over etikettering van levensmiddelen; voedings- en gezondheidsclaims; voedingssupplementen, verrijkte levensmiddelen en kruidenpreparaten; additieven voor levensmiddelenfabrikanten; regelgeving voeding voor specifieke groepen; nieuwe voedingsmiddelen.

FDA/FSMA: waar moet ik als foodbedrijf aan voldoen om te exporteren naar de USA?

Om als foodbedrijf – voor mens en dier – te exporteren naar de USA heb je te maken met aanvullende regelgeving. Om goedgekeurd te worden als leverancier voor jouw klant in de USA, moet je voldoen aan de FDA/FSMA regelgeving en dit aantoonbaar hebben geïmplementeerd. Wat is er nodig en hoe pak je dit aan?  

Wat is FSMA? 

De Food Safety Modernization Act (FSMA) heeft tot doel de veiligheid van levensmiddelen in de Verenigde Staten te borgen. De FSMA geldt zowel voor bedrijven uit de Verenigde Staten als voor bedrijven die levensmiddelen exporteren naar de Verenigde Staten. Wanneer jouw bedrijf exporteert of wil exporteren naar de Verenigde Staten, moet je aantonen dat je voldoet aan de FSMA-eisen. 

 De Food and Drug Administration (FDA) heeft het United States voedselveiligheidssysteem gemoderniseerd. Dfocus is verlegd van reageren op door voedsel overgedragen ziekten naar het voorkomen ervan. Dit is wetgeving sinds 4 januari 2011.  

Wat is er nodig? 

Om FSMA te implementeren in de wereldwijde toeleveringsketen voor voedsel voor mens en dier, heeft de FDA 7 regels opgesteldDeze regels zijn opgesteld om aantoonbaar te maken welke specifieke maatregelen genomen moeten worden om contaminatie van voedsel te voorkomen.  

De 7 regels zijn hieronder weergegeven:  

  1. Preventive Controls Rules for Human and Animal Food 
  2. Produce Safety Rule 
  3. Foreign Supplier Verification Program (FSVP) Rule 
  4. Accredited Third-Party Certification 
  5. Sanitary Transportation Rule 
  6. Intentional Adulteration Rule 
  7. Complying with FSMA 

Wat is de basis? 

Voor het deel van de toeleveringsketen waar jíj verantwoordelijk voor bent, moet je aantonen dat je voldoet aan de FSMA regelgeving. Het helpt als je al een geïmplementeerd en GFSI (Global Food Safety Initiative) gecertificeerd voedselveiligheidssysteem hebt, zoals BRC of IFS. Heb je nog geen voedselveiligheidssysteem? Dan is het opzetten hiervan het startpunt van het plan van aanpak. 

PCQI getraind persoon 

Het is tevens een belangrijke eis dat elk bedrijf moet beschikken over een PCQI (Preventive Control Qualified Individual). Dit is een getraind persoon die gekwalificeerd is om het voedselveiligheidsplan te beoordelen en effectief te implementeren zodat het voldoet aan de FDA/FSMA regelgeving. Deze PCQI mag zowel intern als extern zijn en dient te beschikken over een officieel trainingscertificaat 

Tip: Met onze cursus PCQI voldoe je aan de eisen die de FDA stelt aan een PCQI en kan je een eventuele audit met vertrouwen tegemoet zien.

Bekijk hier de cursus

Hoe?

Wanneer je al een geïmplementeerd en GFSI gecertificeerd voedselveiligheidssysteem hebt, is de basis gelegd. Een 0-meting op dFDA/FSMA regelgeving geeft je duidelijkheid over de status en actiepunten die nodig zijn. Met een gedegen plan van aanpak en opvolging hiervan kun je aantoonbaar maken dat je voldoet aan de FDA/FSMA regelgeving. Jouw (toekomstige) klant (de importeur) in de USA kan je vervolgens goedkeuren als leverancier om te exporteren naar de USA. 

Wanneer je nog geen voedselveiligheidssysteem hebt, is het opzetten van een voedselveiligheidssysteem het startpunt van het plan van aanpak. 

Meer informatie? 

Heb je vragen over de FDA/FSMA regelgeving? Ben je op zoek naar begeleiding in het opzetten van een voedselveiligheidssysteem, implementatietraject richting een GFSI certificaat of 0-meting? Onze getrainde PCQI adviseurs helpen je graag te begeleiden in dit traject. Neem contact met ons op.

Als eerste op de hoogte zijn van de nieuwste kennisartikelen? Volg onze LinkedInpagina 

branche-visindustrie

Nieuwe mededeling EC toepassen HACCP-principes

De Europese Commissie heeft een nieuwe mededeling uitgebracht voor het toepassen van HACCP-principes. Dit document helpt bedrijven met het toepassen van GHP en HACCP-principes door praktische richtlijnen te geven. Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie zijn doorgevoerd naar aanleiding van wijzigingen in onder andere de Codex Alimentarius en Verordening (EG) Nr. 852/2004, bijvoorbeeld ten aanzien van voedselveiligheidscultuur en allergenen. Lees in dit artikel de belangrijkste wijzigingen. 

Good Hygiene Practices (GHP’s) krijgen meer aandacht 

GHP’s krijgen meer aandacht, net als in de herziene versie van de Codex Alimentarius norm  “Algemene beginselen van de levensmiddelenhygiëne” (CXC 1-1969). GHP’s zijn een onderdeel van het basisvoorwaardenprogramma: het zijn een aantal preventieve maatregelen die worden toegepast om veilige en geschikte levensmiddelen te produceren. De meeste GHP’s zijn niet specifiek voor een bepaald gevaar. Wanneer geen kritische controlepunten (CCP’s) of operationele basisvoorwaarden (OPRP’s) zijn vastgesteld, kunnen GHP’s echter wel voldoen om gevaren te beheersen. Enkele voorbeelden van GHP’s en/of OPRP’s  die in het document genoemd worden, zijn: 

  • Controle of de verpakking van conserven schoon en onbeschadigd zijn; 
  • tussentijdse schoonmaak ter voorkoming van kruisbesmetting tussen productiepartijen die verschillende allergenen bevatten; 
  • het reinigen van apparatuur en oppervlakken die in contact komen met kant-en-klare levensmiddelen moet meer aandacht krijgen dan andere zones (zoals muren en plafonds) in verband met een mogelijke besmetting met Listeria monocytogenes via die oppervlakken.

Een beslisboom kan een manier zijn om een OPRP of CCP te bepalen. Het document beschrijft dat de ideale beslisboom die voor alle situaties toepasbaar is niet bestaat. Een beslisboom kan wel als richtlijn of instrument gebruikt worden. In Aanhangsel 4A en 4B van het document zijn twee voorbeeld beslisbomen opgenomen.  GHP’s die meer aandacht behoeven, worden niet altijd geïdentificeerd door de gevareninventarisatie volgens de Codex methodiek. Dit gebeurt wel met OPRP’s in ISO 22000. Het gebruik van OPRP’s wordt genoemd als goede oplossing om de specifieke GHP’s wel te identificeren en wordt in overeenstemming geacht met zowel de Codexnorm en ISO 22000.  

De meer kritische GHP’s moeten worden bewaakt, gevalideerd en geverifieerd. Voorbeelden waarbij bewaking doorgaans vereist is, zijn stappen met temperatuur (koelen, verhitten, etc.) of visuele inspectie na reiniging. Validatie en verificatie kan chemisch of microbiologisch onderzoek omvatten. Documentatie met betrekking tot GHP’s wordt in Verordening (EG) Nr. 852/2004 niet nadrukkelijk vereist, maar is wel nodig om uitvoering en naleving aan te kunnen tonen.  

Flexibiliteit bij toepassing door kleine bedrijven 

De toelichting beschrijft dat kleine bedrijven flexibel mogen zijn bij het toepassen van GHP’s en HACCP. Maatregelen moeten in verhouding staan tot de omvang van een bedrijf, maar ook tot de aard van het bedrijf en de daaraan gekoppelde specifieke risico’s. Sectorale gidsen voor op HACCP gebaseerde kwaliteitssystemen, hygiënecodes in Nederland, België werkt met autocontrolegidsen, kunnen een klein(er) bedrijf helpen met de invulling. Expliciet wordt echter benoemd dat het toepassen van dergelijke gidsen geen vervanging is van de specifieke gevarenanalyse van een levensmiddelenbedrijf. Deze gidsen zijn namelijk op algemene gevarenanalyses gebaseerd, terwijl bij een levensmiddelenbedrijf zich ook andere gevaren kunnen voordoen, bijvoorbeeld rondom de indeling van de bedrijfsruimte. Belangrijk is dus dat alle werkzaamheden van het bedrijf aan bod komen in de gebruikte gids. Is dit niet het geval, dan moet het bedrijf voor de niet behandelde werkzaamheden eigen op de HACCP-beginselen gebaseerde procedures opstellen. Verder worden bij de GHP’s  diverse voorbeelden genoemd hoe kleine bedrijven flexibel met de vereisten om kunnen gaan. 

Voorbeelden van algemene goede hygiënepraktijken 

 In de toelichting (Bijlage I, vanaf hoofdstuk 3) wordt een lijst met voorbeelden van algemene GHP’s benoemd. De belangrijkste wijzigingen hierin zijn:

  • Inrichting: 
    • Muren en vloeren bij voorkeur in lichte kleur zodat vuil gauw te zien is;
    • barrières moeten aanwezig zijn tegen loslopende dieren;
  • Eisen ten aanzien van reiniging-  en desinfectie worden specifieker omschreven. Voorbeelden: 
    • Hoog-risicozones moeten als eerste gereinigd worden, laagrisico-zones als laatste; 
    • er moeten verschillende schoonmaakhulpmiddelen per zone worden gebruikt;
    • bij reiniging en desinfectie moeten reinigings- en ontsmettingsmiddelen volgens voorschrift gebruikt worden en met drinkwater van de juiste temperatuur; 
    • informatie over het toepassen van schoonmaak en desinfectiemiddelen moet in de moederstaal van werknemers aangeboden worden; 
    • daarnaast moeten schoonmaak activiteiten beoordeeld worden door middel van visuele controle en bemonstering. 
  • Bij ongediertebestrijding is met name meer aandacht voor het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. De stoffen moeten goedgekeurde biociden zijn en mogen niet in direct contact kunnen komen met de levensmiddelen, verpakkingsmateriaal en apparatuur. Bestrijding met elektronische apparatuur volgens gebruiksaanwijzing en de apparatuur mag niet onmiddellijk boven zones waar levensmiddelen worden bewerkt of opgeslagen hangen. 
  • Een tank voor leidingwater moet regelmatig gereinigd worden. 
  • Voor het borgen van chemische en microbiologische gevaren in de primaire sector wordt controle van het water dat gebruikt wordt bij irrigatie en wassen tijdens oogst van groente en fruit genoemd. Water van drinkbaar water wordt aanbevolen voor wassen van groenten en fruit bestemd voor directe consumptie. 
  • Condens moet worden voorkomen in zones waar voedsel wordt geproduceerd, gehanteerd of opgeslagen, vooral wanneer het niet verpakt is. 

Allergenen 

Het onderdeel allergenen is flink uitgebreid. Van primaire productie tot verkoop aan consument moeten er preventieve maatregelen genomen worden om kruisbesmetting te voorkomen. Bij primaire productie, oogst en slacht moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden met allergenenbeheer. Denk hierbij aan gewasrotatie, schoonmaak bij het oogsten en het slachten, transport en opslag. Alleen wanneer kruisbesmetting met allergenen middels preventieve maatregelen niet voorkomen kan worden, mag hiervan een vermelding gemaakt worden op het etiket. Dergelijke vrijwillige informatie mag met name niet misleidend, dubbelzinnig of verwarrend zijn voor de consument. 

Voedseldonatie 

Nieuw is de informatie over voedselherverdeling en -donatie. Het doneren van voedseloverschotten kan in alle schakels van de keten voorkomen, maar gebeurt het vaakst in detailhandel. Om mogelijke bijkomende gevaren te borgen, verwijst het document naar aanvullende GHP’s zoals beschreven in Verordening (EG) Nr. 852/2004 (hoofdstuk V BIS “Herverdeling van voedsel” in bijlage II). 

Voedselveiligheidscultuur in audits door de bevoegde autoriteit 

 In 2021 is het onderwerp voedselveiligheidscultuur opgenomen in Verordening (EG) Nr. 852/2004 (hoofdstuk XI BIS in bijlage II). Er wordt verwezen naar de volgende onderdelen van een goede voedselveiligheidscultuur: 

  • Engagement 
  • Leiderschap 
  • Bewustzijn 
  • Communicatie 
  • Voldoende middelen 

Aangezien voedselveiligheidscultuur een subjectief onderwerp is, kan het lastig zijn dit te beoordelen en meetbaar te maken. Hiervoor is in het document in Aanhangsel 3 een voorbeeldtool opgesteld in de vorm van een enquête/ vragenlijst met een aantal stellingen over de verschillende onderwerpen. 

Een ander nieuw onderwerp dat wordt besproken in de toelichting is Bijlage III het uitvoeren van audits op GHP’s en overige HACCP-procedures door de bevoegde autoriteit (in Nederland NVWA). Er wordt beschreven aan welke richtlijnen zo’n audit moet voldoen. Specifiek wordt ingegaan op het onderwerp voedselveiligheidscultuur. De auditor kan de voedselveiligheidscultuur verifiëren door: 

  • Het controleren van enquêtes/ vragenlijsten uitgevoerd door het bedrijf; 
  • Ondervraging en waarneming: 
    • Controleren in hoeverre de ondervraagde personeelsleden op de hoogte zijn van het belang van veilige en geschikte voeding;
    • het gedrag en de houding van werknemers ten aanzien van levensmiddelenhygiëne controleren; 
    • het engagement van het management en de communicatie met andere afdelingen controleren;
    • het leiderschap met het oog op het betrekken van alle werknemers bij voedselveiligheidspraktijken controleren. 
  • De middelen controleren die wijzen op voldoende aandacht voor een goede voedselveiligheidscultuur.

Om subjectieve interpretatie te voorkomen, moet de auditor de voedselveiligheidscultuur verifiëren aan de hand van objectieve gegevens zoals gevolgde opleidingen of controle van prestaties aan de hand van bijvoorbeeld interne audits en follow-up van afwijkingen.  

Ernst en waarschijnlijkheid van optreden en de mogelijkheid om afwijkingen op te sporen 

Bij gevaren met een hoge ernst is het zinvol te bekijken of het kwaliteitssysteem adequaat kan reageren en voorkomt dat er schadelijk product op de markt gebracht gaan worden. Komt een gevaar vaak voor en is meting en correctie mogelijk (zoals bij CCP’s), dan is het proces goed te beheersen voor dat gevaar. Aandacht moet gegeven worden aan gevaren met hoge ernst die vaak kunnen optreden, maar die niet makkelijk op te sporen en te corrigeren zijn. Opties zijn het nemen van maatregelen die het opsporen en corrigeren van afwijkingen beter mogelijk maken en/of die de waarschijnlijkheid en/of ernst van afwijkingen verlagen. 

Etiketcontrole sinterklaasartikelen 2022

De dagen worden langzaam korter, de blaadjes vallen van de bomen en het wordt weer kouder in ons land. Dit betekent dat de winter in aantocht is en ook Sinterklaas weer langs onze huizen zal gaan met allerlei lekkers. Net zoals voorgaande jaren kijkt Sinterklaas eerst naar de jaarlijkse sinterklaasartikelen etikettencontrole voordat hij ons verblijdt met al het lekkers. 

Voor de zevende keer zijn de etiketten van strooigoed en andere sinterklaasartikelen, zoals chocoladeartikelen, in verschillende winkels gecontroleerd op conformiteit met Verordening (EU) Nr. 1169/2011, over verstrekking van voedselinformatie aan consumenten. Hierbij is met name gekeken naar de verplichte vermeldingen in artikel 9.  Denk hierbij aan bijvoorbeeld de wijze van vermelden van allergenen, de voedingswaardetabel en de benaming van een levensmiddel. Hiernaast is er ook gekeken naar de vermelding van kleurende levensmiddelen. In dit artikel lees je de bevindingen over wat opviel aan al het Sinterklaas lekkers.  

Beoordeeld in 2022  

Dit jaar zijn ruim 40 producten gecontroleerd op de juistheid van het etiket. Beoordeeld zijn de etiketten van onder andere kruidnoten in verschillende smaken, chocoladeletters, marsepein en chocolade Sinterklazen.

Leesbaarheid   

In Artikel 2 lid 2 m staat dat de leesbaarheid van een etiket wordt bepaald door onder andere de grootte van het schrift, de afstand tussen de letters, de kleur en het lettertype. Hiernaast geeft de verordening in overweging 26 aan dat uit studies blijkt dat de goede leesbaarheid van een etiket een belangrijk element is voor de tevredenheid van consumenten. Bij de controle bleek in een aantal gevallen dat het etiket of delen ervan niet goed leesbaar zijn. Het gaat hierbij vaak om chocoladesinterklazen waarbij de verpakking om de chocolade heen is gevouwen. Hierdoor is het etiket in elkaar verfrommeld. Een enkele verpakking is gemaakt van een glimmende folie. Hierdoor is de weerspiegeling van licht groot en het etiket amper te lezen. 

Allergenen

Als het gaat om allergenen zijn er zeker nog verbetermogelijkheden. In Artikel 21 staat dat stoffen en producten die allergieën en toleranties veroorzaken (bijlage II van de verordening)  moeten worden benadrukt door middel van een afwijkende typografie, dit kan door een afwijkend lettertype, afwijkende kleur of door de stijl aan te passen. In de meeste gevallen waren de verpakkingen juist opgesteld door het allergeen dikgedrukt te maken. Helaas is dit niet op alle verpakkingen correct gedaan. Op een verpakking werd “gluten” als allergeen benadrukt in plaats van de graansoort. De juiste vermelding was in dit geval tarwemeel. Het woord “gluten” mag vrijwillig worden toegevoegd, tarwemeel (gluten).

Houdbaarheidsdatum

Volgens artikel 9 lid 1 f is de datum van minimale houdbaarheid of de uiterste consumptie datum verplicht. Volgens bijlage X moet de datum van minimale houdbaarheid worden voorafgegaan door de woorden ‘Ten minste houdbaar tot…’ wanneer in de datumaanduiding de dag is vermeld en ‘Ten minste houdbaar tot einde…’ in de andere gevallen. Deze vermelding moet vergezeld gaan van de datum zelf óf een verwijzing naar de plaats op de etikettering waar de datum is aangegeven.  

Bij de controles viel het op dat de datum vaak lastig te vinden was. Vaak was de datum ergens tussen andere teksten gezet op het etiket. Er werd verwezen naar de datum met “zie verpakking of zie opdruk” wat te algemeen is. De plaats op het etiket waar de datum staat, moet specifiek worden vermeld, bijvoorbeeld “Ten minste houdbaar tot: zie onderkant product”. 

Voedingswaardevermelding

Volgens artikel 30 moet de verplichte voedingswaardevermelding het volgende omvatten: de energetische waarde, hoeveelheden vetten, verzadigde vetzuren, koolhydraten, suikers, eiwitten en zout. Dit rijtje mag worden aangevuld met bijvoorbeeld vezels, maar dit is niet verplicht. In Artikel 34 staat hoe de voedingswaarden moeten worden gepresenteerd.

Volgens artikel 34 lid 2 worden de voedingswaarden, als er voldoende ruimte is, gepresenteerd in tabelformaat met de cijfers onder elkaar. Indien er onvoldoende ruimte is, worden de gegevens achter elkaar geplaatst. Hiervan is in sommige gevallen gebruik van gemaakt door de fabrikanten. Er zijn geen fouten in de voedingswaardevermeldingen gevonden dit jaar.

Kleurende levensmiddelen  

Het valt op dat bij steeds meer artikelen kleurende levensmiddelen worden gebruikt in plaats van additieven. Deze worden in de lijst van ingrediënten aangegeven met de naam van het ingrediënt, bijvoorbeeld zwarte bessensap. Soms wordt deze voorafgegaan door groepsbenamingen als ‘kleurend voedingsmiddel’ of ‘kleurend concentraat’. Deze groepsbenamingen zijn niet wettelijk vastgelegd en niet verplicht om te gebruiken. Kleurende levensmiddelen worden vaak verward met kleurstoffen, omdat ze beiden kleur geven aan het product. Het kan lastig zijn om onderscheid te maken, bepalend hierbij is de mate van selectieve extractie van het kleurende bestanddeel. Het grote verschil is dat kleurende levensmiddelen wel smaak, – geur- en voedingsstoffen bevatten, bij een kleurstof is alleen het kleur gevende bestanddeel van het levensmiddel nog over. 

KWID 

Op dit punt scoren de etiketten goed. Bij alle gecontroleerde etiketten is deze regel goed toegepast. Bijvoorbeeld bij de marsepeinproducten is het percentage amandelen netjes vermeld. Dit is verplicht omdat in artikel 22 lid c staat dat de hoeveelheid van een ingrediënt moet worden vermeld als het ingrediënt van wezenlijk belang is om een levensmiddel te karakteriseren en het te onderscheiden van de producten waarmee het wegens zijn benaming of aanblik zou kunnen worden verward. 

Conclusie

De gevonden fouten en verbeterpunten komen aardig overeen met voorgaande jaren. Hierbij vallen een paar dingen op:

  • De leesbaarheid is van ca. 10 % van de verpakkingen matig tot slecht. In 2 gevallen was het etiket nauwelijks leesbaar; 
  • Er zijn dit jaar geen fouten gemaakt met betrekking tot de schrijfwijze van de houdbaarheidsdatum. Wel viel het op dat veel fabrikanten de verwijzing naar de datum nog te algemeen op de verpakking zetten. 
  • Het vermelden van de allergenen op verpakkingen gaat bijna altijd goed, op één etiket na waar gluten in plaats van tarwe werd aangegeven in de afwijkende typografie.

Al met al kunnen we  positief zijn over de etiketten van de sinterklaasartikelen en kan Sinterklaas met een gerust hart de schoenen gaan vullen. 

Column: Wat als er geen externe auditor beschikbaar is?

Een klant belt. Ik hoor een mix van irritatie en lichte paniek in zijn stem: “De certificerende instantie vertelt me dat er geen externe auditor beschikbaar is voor onze audit over 2 maanden. Wat nu?!” 

Steeds meer levensmiddelenbedrijven willen een audit laten uitvoeren om met een certificaat aan te tonen dat zij aan een bepaalde standaard voldoen. Klanten vereisen GFSI-standaarden zoals IFS, BRCGS of FSSC 22000. Maar ook Beter Leven Keurmerk, SKAL, PlanetProof en zo kan ik nog wel even doorgaan. Hierdoor komt het helaas met enige regelmaat voor dat een bedrijf moeite heeft met het vinden van een beschikbare externe auditor.

Praktijkvoorbeelden:

Een bedrijf krijgt het behaalde certificaat niet op tijd vanuit de Certificerende Instantie (CI) en die weer vanuit het BRCGS/ IFS/ FSSC 22000 hoofdkantoor, waardoor zijn huidige certificaat is verlopen. Tip: vraag in dergelijke situaties om een verklaring vanuit de CI, zodat je deze kunt overleggen aan je klanten.

Er wordt een bericht ontvangen dat de onaangekondigde uitgevoerde audit niet onaangekondigd moest zijn. Dit betekent voor het bedrijf dat de onaangekondigde audit volgend jaar weer onaangekondigd zal plaatsvinden. Tip: controleer altijd goed of aan de gemaakte afspraken wordt voldaan en onderneem waar nodig direct actie.

Wat kun je wel doen?

Welke opties zijn er als er geen externe auditor beschikbaar is? Als levensmiddelenbedrijf ben je vrij in de keuze voor een Certificerende Instantie. Heeft jouw vaste CI niet direct een auditor beschikbaar? Probeer het eens bij een andere partij. Wellicht kan een ander bedrijf je wel voorzien van een auditor binnen de gewenste termijn.

Wanneer je graag bij de eigen CI wilt blijven, kun je deze vragen om een verklaring op te stellen. Hierin kan de auditor bevestigen dat de externe audit gepland staat, maar dat deze later wordt uitgevoerd dan de certificering voorschrijft. Deze brief wordt alleen in overleg met de certificerende instantie opgesteld en kun je met de klant delen als bewijs dat jouw bedrijf werkt aan de certificering.

Wanneer jouw klant meer zekerheid wenst, kun je hem uitnodigen voor een klantaudit. De klant, of een door de klant ingehuurde onafhankelijke auditor, komt een audit uitvoeren aan de hand van de betreffende standaard. Jouw bedrijf krijgt dan geen certificaat, maar de klant kan wel met eigen ogen zien dat er volgens de vereisten gewerkt wordt. Ook wanneer de externe audit vertraagd is.

Met dit advies heb ik mijn klant gerust kunnen stellen. Hij weet wat hem te doen staat!

Interne audit

Over de auteur

Mijn naam is Suzanne van Heusden. Ik ben werkzaam bij Normec Foodcare als QA-Adviseur . Hiervoor kom ik bij allerlei verschillende klanten. Ik help bedrijven met het opstellen en implementeren van een kwaliteitssysteem. Daarnaast voer ik interim opdrachten uit waarbij ik een kwaliteitsafdeling ondersteun met diverse inhoudelijke projecten. Ook buiten werktijd ben ik veel met voeding bezig en bak en kook ik graag. Mijn baan is zo leuk omdat ik, letterlijk, bij veel bedrijven een kijkje in de keuken mag nemen.

Aangepaste overgangstermijn etikettering na Brexit

Exporteer of importeer je producten naar of vanuit het Verenigd Koninkrijk (VK)? Let dan op dat etiketten moeten worden aangepast. De overgangstermijn waarin deze aanpassingen doorgevoerd moeten worden, is verlengd. Maar wacht niet te lang met aanpassen, want daarna moeten etiketten echt aan de nieuwe eisen voldoen. Wat zijn de eisen en waar moet je op letten bij de aanpassing van etiketten voor de Britse markt?

Brexit en producteisen

Sinds 1 januari 2021 is het Verenigd Koninkrijk geen lid meer van de Europese Unie. Dat betekent dat de Europese producteisen niet meer gelden in het VK. Het Verenigd Koninkrijk behoort nu tot de derde landen. Er is dus voortaan sprake van import en/of export als producten tussen een EU-lidstaat en het VK worden verhandeld. In Europa moeten producten uit het VK voldoen aan de EU wet- en regelgeving. Producten uit de EU op de Britse markt moeten voldoen aan de Britse wetgeving.

Overgangstermijn etikettering na Brexit

Voor het aanpassen van etiketten gold een overgangstermijn. Deze termijn zou 30 september 2022 aflopen, maar is nu met 15 maanden verlengd. Tot 31 december 2023 kunnen bestaande etiketten die voldoen aan de EU-wetgeving nog gebruikt worden in Groot-Brittannië.

etiketteringsspecialist

Bedrijfsnaam en adresgegevens

Levensmiddelenbedrijven kunnen nog tot en met 31 december 2023 een EU-, GB- of NI(Noord-Ierland)-adres blijven gebruiken. Vanaf 1 januari 2024 moeten levensmiddelen die in Groot-Brittannië worden verkocht, een adres in het Verenigd Koninkrijk, de Kanaaleilanden of het eiland Man bevatten. Als het levensmiddelenbedrijf zich niet in Groot-Brittannië bevindt, moet het adres van de importeur vermeld worden, gevestigd in het VK, de Kanaaleilanden of het eiland Man.

Het opgegeven adres moet een fysiek adres zijn waar per post contact met het bedrijf kan worden opgenomen. Er kan niet alleen een e-mailadres of telefoonnummer worden gebruikt.

Als een levensmiddel vanuit VK wordt geïmporteerd in de EU, moet de naam en het adres van de importeur worden vermeld. In de EU-wetgeving (artikel 8, lid 1 van Verordening 1169/2011) staat namelijk dat als de exploitant van een levensmiddelenbedrijf niet in de Unie is gevestigd, de invoerder die het levensmiddel in de Unie invoert de voor de voedselinformatie verantwoordelijke exploitant van een levensmiddelenbedrijf is.

Land van oorsprong

Volgens Europese wetgeving kan naar oorsprong of herkomst worden verwezen met ‘niet-EU’ of ‘EU’. Aangezien het VK geen lid meer is van de EU, mag op producten die in het VK zijn geproduceerd niet meer vermeld worden dat ze afkomstig zijn uit de EU. Ook voor biologische producten moet de verwijzing ‘EU landbouw’ aangepast worden.

Voor producten die in Groot-Brittannië op de markt worden gebracht met een oorsprongs- of herkomstverwijzing, moet de vermelding ‘non-EU’ en ‘EU’ vervangen worden door ‘non-UK’ of ‘UK’. Voor sommige productgroepen gelden specifieke regels voor het vermelden van oorsprong en herkomst.

Gezondheids- en identificatiemerken

Voor levensmiddelen geproduceerd in Groot-Brittannië met een verplicht gezondheids- en identificatiemerk, mag na het einde van de overgangsperiode de afkorting ‘EC’ niet meer vermeld worden in het gezondheidsmerk of identificatiemerk. Alleen de naam van het land (volledig of met de uit twee letters bestaande ISO-code) waar de inrichting is gevestigd en het erkenningsnummer van de inrichting mogen vermeld worden.

Voedingswaardetabel op etiket

Specifieke productgroepen

In Europa gelden voor een aantal productgroepen specifieke eisen. Die eisen komen niet altijd overeen met de wettelijke eisen die in het VK gelden. Zo hebben sommige voedingsmiddelen een gereserveerde aanduiding die je alleen kunt gebruiken als het product een bepaalde samenstelling heeft. Er gelden in het VK bijvoorbeeld speciale regels voor onder andere drinkwater, brood, chocoladeproducten en vleesproducten. De etiketten van producten die verkocht worden in het VK, dienen aangepast te worden aan de regels van het VK.

Uitzondering Noord-Ierland

Noord-Ierland (NI) behoort tot het Verenigd Koninkrijk, maar In de praktijk wordt Noord-Ierland beschouwd als onderdeel van de EU (interne markt en douane-unie). De EU-regels zijn hier nog van toepassing. Levensmiddelen die in Noord Ierland (NI) worden verkocht, moeten een NI- of EU-adres voor het levensmiddelenbedrijf bevatten. Als het levensmiddelenbedrijf zich niet in NI of EU bevindt, moet het adres van de importeur vermeld worden, gevestigd in NI of de EU.

Hulp nodig?

Heb je vragen over het aanpassen van etiketten voor de Britse markt of het importeren van Britse producten? Onze etiketteringsspecialisten helpen je graag verder. Neem contact met ons op.