BRCGS Global Standard Food Safety versie 9 gepubliceerd

Op 1 augustus 2022 verscheen de nieuwe versie van de BRCGS Global Standard Food Safety. Dit betekent dat bedrijven die gecertificeerd zijn volgens deze standaard aan de nieuwe eisen moeten voldoen. Audits volgens BRC 9 vinden plaats vanaf 1 februari 2023. 

Wat is gewijzigd in BRC 9?

In de nieuwe BRCGS versie zijn onder andere wijzigingen opgenomen voor de volgende onderwerpen:

  • Optie voor gemengde audit
  • Extra aanmoedigen van een voedselveiligheidscultuur
  • Toevoeging van vereisten bij interne audits en inspecties om deze nog completer te maken
  • VACCP en TACCP bij leveranciersaudits
  • Aanvulling op vereisten bij het testen van producten

Download de gratis Whitepaper BRC 9

Wil je de belangrijkste wijzigingen per sectie uit de BRCGS versie 9 standaard lezen? Onze experts hebben de wijzigingen ten opzichte van versie 8 uitgewerkt in de Whitepaper BRCGS Global Standard Food Safety versie 9. Download de gratis Whitepaper BRCGS 9. Vind hierin ook tips om aan de nieuwe eisen te voldoen.

BRC 9 standaard downloaden

De nieuwe BRCGS Global Standard Food Safety is beschikbaar in verschillende talen en aan te schaffen via de website van BRCGS.

Workshop BRC 9

Spijker je kennis over BRC versie 9 bij tijdens de Workshop BRCGS 9. In deze workshop gaat onze ervaren trainer in op de wijzigingen en wat deze voor jouw bedrijf betekenen. Je krijgt handvaten om de wijzigingen concreet te vertalen en toe te passen in je kwaliteitshandboek en de rest van jouw organisatie. Na deze workshop heb je duidelijk voor ogen wat er van jouw bedrijf wordt verwacht als je bedrijf tegen de BRC 9 geaudit wordt. Schrijf je in voor de workshop BRC 9.

Nulmeting BRC 9

Wil je snel een overzicht van alle wijzigingen die binnen jouw bedrijf moeten worden doorgevoerd? Dat kan met de nulmeting BRC 9. Laat een nulmeting uitvoeren en ontvang een heldere rapportage met verbeterpunten. Plan een nulmeting BRCGS 9 Food Safety.

Over BRCGS

BRCGS is een GFSI-erkende standard (Global Food Safety Initiative). De standaard helpt levensmiddelenproducenten om zich te concentreren op onder andere HACCP, traceerbaarheid, preventie van voedselfraude, betrokkenheid van het management en de voedselveiligheidscultuur. Als jouw bedrijf levert aan grote retailers in Nederland is de kans groot dat je afnemers een BRCGS certificaat vereisen.

Geschiedenis van de BRC Food Standard

BRCGS werd voor het eerst gepubliceerd in 1998. In de loop der jaren is deze meerdere malen herzien. Hiermee blijven de eisen aansluiten op recente wet- en regelgeving, de nieuwste trends, activiteiten en praktijkervaringen uit de industrie en de verwachtingen van consumenten. De vorige versie van de BRCGS standaard was versie 8, welke verscheen in augustus 2018. Lees meer over de BRCGS standaard en hoe je deze toepast in de praktijk.

Download whitepaper BRCGS 9

En bekijk de belangrijkste wijzigingen en tips

Download de whitepaper

Whitepaper: BRCGS 9 Food Safety

De nieuwe BRCGS Global Standard Food Safety versie 9 is op 1 augustus 2022 gepubliceerd. Audits volgens BRCGS versie 9 vinden plaats vanaf 1 februari 2023. De belangrijkste wijzigingen hebben onze experts voor je in kaart gebracht in de gratis whitepaper BRCGS 9. 

Inhoud whitepaper

In de whitepaper vind je de de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van BRCGS versie 8 en de nieuw toegevoegde eisen. Ook geven we tips over hoe wij je kunnen helpen met de aanpassing van je kwaliteitssysteem en de implementatie hiervan. Zo stoom je jouw bedrijf klaar voor de aankomende audit volgens BRCGS versie 9.

Downloaden whitepaper BRCGS 9

Laat je gegevens achter en download direct de whitepaper.

BRCGS 9

BRCGS Global Standard Food Safety versie 9 is augustus 2022 gepubliceerd. Vanaf 1 februari 2023 wordt tegen deze norm getoetst.

Met de publicatie van versie 9 blijft de BRCGS norm zich verder ontwikkelen. Versie 9 blijft de focus houden op management inzet en een op HACCP gebaseerd voedselveiligheidssysteem met als doel het beheer van productveiligheid, wetgeving en kwaliteit voor voedselproducten.

Daarnaast wordt in de diverse normelementen het onderdeel productauthenticiteit aanvullend benoemd. Ook is voedselveiligheids- en kwaliteitscultuur een belangrijk thema in de nieuwe BRCGS versie.

Aanpassingen ten opzichte van versie 8

In de nieuwe BRCGS versie zijn onder andere wijzigingen opgenomen voor de volgende onderwerpen:

  • Optie voor gemengde audit
  • Extra aanmoedigen van een voedselveiligheidscultuur
  • Toevoeging van vereisten bij interne audits en inspecties om deze nog completer te maken
  • VACCP en TACCP bij leveranciersaudits
  • Aanvulling op vereisten bij het testen van producten

Versie 9 is in meerdere talen beschikbaar en te downloaden via de website van BRCGS.

Download whitepaper BRCGS 9

Laat je gegevens achter en download direct de whitepaper

Downloaden

BRC Food

De BRC Global standard voor Food Safety is een GFSI (Global Food Safety Initiative) erkende standaard. Deze is in 1998 ontwikkeld door Engelse retailers. Als je BRC gecertificeerd bent, weten je potentiële en huidige klanten direct dat jouw producten veilig, legaal en van hoge kwaliteit zijn. Dit brengt jouw bedrijf in een goede onderhandelingspositie. Andere voordelen van het BRC certificaat zijn:

  • Door een groot aantal retailers en levensmiddelenbedrijven over de hele wereld is het BRC certificaat erkend (en verplicht)
  • Verbetert de veiligheid en kwaliteit van jouw product
  • Reduceert kosten door het verminderen van recalls
  • GFSI-erkend
  • Handig bij het exporteren van producten

Nulmeting BRCGS 9 Food Safety

Op 1 augustus 2022 is versie 9 van de BRCGS Global Standard Food Safety verschenen. Als je bedrijf gecertificeerd is voor deze standaard moet je de nodige wijzigingen doorvoeren in je kwaliteitssysteem en de implementatie hiervan. Wil je snel een overzicht van alle wijzigingen die binnen jouw bedrijf moeten worden doorgevoerd? Dat kan met de nulmeting BRCGS 9 Food Safety.

Nulmeting BRCGS 9 Food Safety laten uitvoeren

Tijdens de 0-meting BRCGS 9 wordt getoetst op welke punten het kwaliteitssysteem van je bedrijf moet worden aangepast om te voldoen aan deze nieuwe norm. Ook wordt getoetst welke implementaties en aanpassingen in de praktijksituatie benodigd zijn. Door de juiste vragen te stellen hoeft een nulmeting niet lang te duren. Aan het einde van de nulmeting komt een rapportage over de bevindingen jouw kant op. Hierin zetten we een tijdspad uiteen tot het realiseren van een kwaliteitssysteem dat voldoet aan de nieuwe BRCGS eisen.

Nulmeting BRCGS 9 Food Safety in het kort

  • Documentatie- en praktijkonderzoek
  • Heldere rapportage met verbeterpunten
  • Overzicht van aanpassingen om te voldoen aan BRCGS Global Standard Food Safety versie 9

Hulp nodig op het gebied van Nulmeting BRCGS 9 Food Safety?

peter-juiste-formaat-website

Neem contact op met onze Commercieel Manager Peter Zirkzee

Neem contact op

Overzichtelijke, efficiënte en flexibele software

Sinds enkele maanden werkt Axxent Masters in Tea B.V. met de modules Handboek en Specificaties van Normec Foodcare Online. Deze digitaliseringsslag biedt het bedrijf diverse voordelen. Welke voordelen dat zijn en hoe het implementatietraject is verlopen vertelt Yvonne Koning, Quality Assurance Coördinator bij Axxent.

Veel efficiënter werken

Axxent werkte al een paar jaar met een gedigitaliseerd handboek via software van een andere aanbieder. Yvonne vertelt hierover: “Na een succesvolle periode met een ander systeem heeft Axxent besloten om een ontwikkelingsstap te maken en over te stappen naar de module Handboek en de module Specificaties van Normec Foodcare Online. “Doordat Normec Foodcare Online een flexibelere applicatie is, welke ingericht kan worden zoals wij het willen, kunnen we veel efficiënter werken. De module Specificaties kan zelfs gebruikt worden voor onze productontwikkelingsprojecten. Hierdoor staat alle administratie van een dergelijk project op één plek en met de handige actielijst en heeft elke afdeling een duidelijk overzicht van wat er gedaan moet worden. Ons bedrijf is geen productiebedrijf, maar ook voor ons neemt de module veel werk uit handen”, vult Yvonne aan.

Voor ons neemt de module veel werk uit handen.

Een overzichtelijk proces met het grootste gebruikersgemak

Als we vragen wat de digitaliseringsstap voor het bedrijf heeft opgeleverd, antwoord Yvonne: “De module Specificaties neemt een groot gedeelte van het productontwikkelingstraject over. In het verleden stond veel informatie op verschillende plekken en moesten diverse gegevens dubbel worden ingevoerd. Met Normec Foodcare Online staat alle informatie op één plek. Hierdoor blijft het proces overzichtelijk en op de templates is te zien welke stappen nog moeten worden doorlopen om een productontwikkelingstraject af te ronden. De software is flexibel en op maat in te richten om het grootste gebruikersgemak te bereiken voor ons bedrijf. Versie- en documentbeheer in de Handboek module is geborgd volgens de eisen van de IFS norm en taken kunnen gemakkelijk uitgezet worden binnen onze organisatie.”

De software is flexibel en op maat in te richten om het grootste gebruikersgemak te bereiken voor ons bedrijf.

De modules zijn in ieder bedrijf toepasbaar

“Wij zouden deze modules zeker aanbevelen aan andere bedrijven omdat het echt heel flexibel in te richten is. Daarnaast is het ook nog eens gemakkelijk in gebruik, mede door de duidelijke training. De modules zijn in ieder bedrijf toepasbaar, zelfs voor een bedrijf als Axxent dat de specificatiemodule op een geheel nieuwe wijze in gebruik heeft genomen. Het systeem is overzichtelijk en werkt efficiënt. Taken zijn centraal terug te vinden en kunnen niet uit beeld raken”, sluit Yvonne af.

Over Axxent Masters in Tea B.V.

Axxent ontwikkelt al meer dan 25 jaar theeconcepten die duurzaam, innovatief en origineel zijn. De blends en verpakkingen worden altijd in overleg met de afnemer samengesteld en zijn bestemd voor zowel de out-of-home als retailmarkt. Met de productie van thee in Sri Lanka en India dragen zij bij aan een groeiende lokale economie en werkgelegenheid. Dit doen ze door het grootste deel van de waardeketen in oorsprong (Sri Lanka en India) te laten plaatsvinden. Via hun eigen Fair Grounds Foundation, die gekoppeld is aan het merk Tea of Life, steunen ze lokale gemeenschappen rondom de theevelden.

Meer informatie?

Wil je meer weten over het digitaliseren van je handboek of specificaties? Vraag een gratis demo aan. Onze specialisten bekijken graag samen met jou welke oplossing het beste past bij jouw bedrijf.

Wanneer en hoe voer je een validatie uit?

Als je op zoek gaat naar de betekenis van valideren, kun je in een spinnenweb van informatie terechtkomen. Een validatie is niet ‘zomaar’ voor elke situatie of ieder bedrijf hetzelfde. Een nieuw of aan te passen element (proces, product, machine, pand) kan altijd gevalideerd worden. Het doel van valideren is namelijk om je ervan te verzekeren dat je vóóraf alle gevaren kent en deze hebt beoordeeld. Om dat doel te halen, zijn de volgende vragen van belang: wanneer is valideren noodzakelijk? En hoe kun je dit praktisch uitvoeren? 

Wat is validatie?

Heel kort gezegd is valideren ‘iets’ geldig verklaren. Het is een  proces om te komen tot een geaccepteerde kwaliteit van een gegeven. Voor een HACCP-systeem komt dit neer op het verkrijgen van bewijs dat ‘iets’, indien correct geïmplementeerd, in staat is om het gevaar tot een gespecificeerd resultaat te beheersen.

Wanneer valideren?

Valideren heeft betrekking op alle wijzigingen of vernieuwingen binnen een bedrijf. Er zijn situaties welke overduidelijk gevalideerd moeten worden. Denk hierbij aan een nieuw HACCP-systeem, nieuw productiepand, proces, product(groep), etc. Daarnaast zijn binnen de GFSI erkende standaarden, zoals BRCGS, IFS en FSSC 22000 verplichte situaties aangegeven welke gevalideerd moeten worden. Denk hierbij aan het valideren van CCP’s, schoonmaak, houdbaarheid, claims, rework, enzovoorts.

Er zijn echter ook onduidelijkere situaties waarbij je alle kanten op kunt. Een goede start is om je af te vragen of de wijziging of vernieuwing past in het bestaande systeem. Binnen een bestaand systeem past bijvoorbeeld een nieuwe machine, waarvan een oudere variant al jaren in gebruik is. De processtap is hetzelfde, maar de techniek en mogelijk ook de werkwijze zijn verbeterd. Een nieuw product welke enkel een kleinere en lichtere variant is van een bestaand product past natuurlijk ook in het huidige HACCP-systeem.

Het bepreken van de nieuwe ideeën voor verbeteringen van het proces, machinepark en recepturen binnen een overleg is een goed vertrekpunt. Schroom als kwaliteitsverantwoordelijke ook niet om bij de praatjes bij de koffiehoek aan te sluiten als tussen collega’s gespard wordt over toekomstige vernieuwingen. Vaak zijn de ‘wandelgang verhalen’ een goede graadmeter voor nieuwe projecten. Zorg vervolgens voor een platform waarin meerdere disciplines de ontwikkelingen binnen hun verantwoordingsgebied kunnen bespreken. Een goede en tijdige communicatie over ontwikkelingen en investeringen is belangrijk voor het validatieproces. Tijdens dit overleg kan een beslissing gemaakt worden hoe men de validatie gaat uitvoeren en plannen.

Interne audit

Hoe voer je een validatie uit?

Validatie checklist

Als een verandering binnen het bestaande systeem past, kan worden volstaan met bijvoorbeeld het doorlopen van een validatie checklist. In deze checklist kunnen de verplichte en gewenste (klant)eisen opgenomen worden, waarmee binnen het validatieteam eenvoudig per eis een oordeel gegeven kan worden. Als de verandering leidt tot inhoudelijke wijzigingen van het HACCP-systeem of de bedrijfsvoering dan is het nodig om met het validatieteam samen te komen en een validatieverslag te schrijven.

Nieuwe machine

Wordt een nieuwe of andere machine in gebruik genomen? Gebruik een machine checklist waarbij alle eisen gecontroleerd worden. Denk hierbij aan kalibratie, gegevens van product contactmateriaal, chemische middelen zoals reinigings- en desinfectiemiddelen en smeermiddelen, enzovoorts. Dit kan vaak ingevuld worden door de inkoper van de machine (technische dienst). Beoordeling vindt plaats door het HACCP-team.

Als de nieuwe machine voor een nieuwe processtap zorgt, zal een checklist niet volstaan. Er moet inhoudelijk naar de gevarenidentificatie en risicoanalyse worden gekeken. Het is essentieel om een validatieverslag op te stellen. Komt er bijvoorbeeld een CCP/OPRP bij?

Nieuw product

Een nieuw product, welke past binnen een bestaande product- of assortimentsgroep kan tevens via een checklist of productontwikkelingsprocedure gevalideerd worden. Belangrijk is dat de grondstof dezelfde parameters, zoals allergenen, pH en THT, heeft als de huidige producten. In geval van een nieuwe leverancier gelden de bestaande inkoopafspraken van het bedrijf. Als hieraan wordt voldaan past dit binnen het bestaande systeem.

Als voor de productie van het nieuwe product een nieuwe grondstof, processtap, werkwijze of machine nodig is, past het niet in het bestaande systeem. Binnen het validatieteam moeten meerdere disciplines aangesloten worden en er moet een validatieverslag geschreven worden waarin alle facetten van het kwaliteitssysteem (inclusief HACCP) worden besproken. Het blijft hierbij niet alleen bij de ontwikkeling van de nieuwe receptuur, maar ook de validatie van nieuwe machines, processtappen, onderbouwing houdbaarheid, claims, allergenen, enzovoorts moet uitgevoerd worden.

Bespreek tijdens het validatie overleg alle veranderingen in de bedrijfsvoering naar aanleiding van het nieuwe product. Gedurende het validatietraject kunnen de planning en uit te voeren acties zoals testproducties, sensorisch, microbiologisch en/of chemisch onderzoek worden gemanaged. Schrijf een validatierapport met behulp van de input van de overleggen, alle verkregen informatie en resultaten. Onderbouw hiermee dat het nieuwe product volstaat en aan de klanteisen en wettelijke eisen voldoet.

Lees meer over validaties en productontwikkeling

In de whitepaper Productontwikkeling in Food

Download de whitepaper

Nieuwe ruimte of nieuw pand

Als een productieruimte in het bestaande pand een ander doeleinde krijgt, kan gebruik gemaakt worden van een validatiechecklist als de ruimte eerder al geschikt was voor bestaande productie. Mocht het nieuwe doeleinde andere middelen vereisen (klimaatbeheersing, ongedierteplan, enzovoorts) dan heeft dit een link met het basisvoorwaardenprogramma en moeten mogelijk enkele documenten, zoals de plattegrond en de Food Defense analyse, gewijzigd worden. Rapporteer deze wijzigingen in een validatieverslag.

Word een nieuwe productielocatie gebouwd? Valideer dan in vier fases.

Fase 1: ontwerp

De kernvraag in deze fase is: waar moet het levensmiddelenbedrijf minimaal aan voldoen (basisvoorwaardenprogramma) om voedselveilig te kunnen produceren in een geschikte fabriek en welke dienstverleners hebben we hierbij nodig? Deze fase start reeds bij het maken van de plattegronden en nadenken over de kwaliteit (materialen) gedurende de bouw. Deze fase wordt uitgevoerd, vóórdat apparatuur geïnstalleerd wordt.

Fase 2: installatie

In deze fase ligt de focus op het beoordelen van de gestelde eisen voor oplevering en installatie van pand en machines. In deze fase kan nog bijgestuurd worden om eerder gestelde eisen nog beter te kunnen behalen.

Fase 3: operationeel

Voor eisen en afspraken uit eerdere fases wordt beoordeeld of deze daadwerkelijk tot een voedselveilige productieomgeving hebben geleid. Werkt alles conform het ontwerp en is aanvullende beheersing nodig?

Fase 4: verificatie

Het volledige project wordt in de vierde fase geëvalueerd en dient als goedkeuring van de totale validatie.

Start tijdig met het validatietraject

Valideren kan als een complex project gezien worden. Als toekomstige ideeën in een vroegtijdig stadium bespreekbaar worden gemaakt, kan er alvast een zaadje geplant worden. Vervolgens groeit dit zaadje via alle mogelijke communicatiekanalen en rapportages uit tot een succesvolle en sterke boom! Vraag op tijd ondersteuning bij validatie vraagstukken. Onze Quality Assurance specialisten helpen je graag met het valideren en onderbouwen van nieuwe producten, processen, machines of ruimten. Neem contact met ons op.

Hoe je deze zomer het hoofd koel houdt op de kwaliteitsafdeling

De zomervakantie staat weer voor de deur. Dit betekent wisseling in personeel en diverse zomerse uitdagingen. Hoe houd je op de kwaliteitsafdeling ook tijdens de zomer het hoofd koel, zodat je klanten voorziet van voedselveilige producten van de juiste kwaliteit? Deze tips helpen je op weg.

1. Temperatuurbeheersing en houdbaarheid

Micro-organismen houden, net als velen van ons, van hoge temperaturen. Waar producten normaal gesproken lang onder de 4 °C opgeslagen worden, kan het zomaar zijn dat deze in ze zomer bij een temperatuur van 5 of 6 °C in de koeling liggen. Ook tijdens transport treden mogelijk meer temperatuurswisselingen op. De kans dat de consument het product bovendien in een warme auto vervoert, waardoor de producttemperatuur oploopt, is in deze tijd een stuk groter. Mogelijk is het product hierdoor niet meer veilig of lekker binnen de gestelde THT (ten minste houdbaar tot) of TGT (te gebruiken tot) datum. Kijk daarom nog eens kritisch naar de onderbouwing van de THT en/of TGT datum en stel deze indien nodig bij.

2. Temperatuurcontroles tijdens opslag en verwerking

Kijk ook zeker in de zomer extra naar de temperatuurbeheersing in je bedrijf. In hoeverre blijven de temperatuurnormen gehandhaafd binnen je koel- en vriescellen en verwerkingsruimten als de buitentemperatuur boven de 30 °C uitkomt en wat gebeurt er met de temperatuur van de producten?  Met extra temperatuurcontroles heb je goed inzichtelijk of producttemperaturen aan de eisen voldoen. En bij afwijkingen tref je zo snel passende maatregelen. Meet hierbij ook echt met een handthermometer in de producten en denk ook aan het meten van producttemperaturen tijdens het productieproces. Met digitale registraties breng je alles netjes in kaart. Zo hebben de kwaliteitsafdeling en teamleiders altijd een overzicht van de meest recente gegevens.

3. Controle grondstoftemperaturen

Houd daarnaast bij grondstofcontroles de temperatuur extra in de gaten. Je leverancier heeft dezelfde uitdagingen als jij en dit kan er dus voor zorgen dat producten mogelijk met een te hoge temperatuur worden geleverd. Ook is het mogelijk dat de leverancier de THT of TGT datum tijdelijk naar beneden heeft bijgesteld. Dit kan consequenties hebben voor je procesvoering en de houdbaarheid van je producten. Bedenk ook dat grondstoffen ineens van andere leveranciers kunnen komen door schaarste. Blijf goed op de hoogte blijft wat er binnen komt en of het ook allemaal voldoet aan jouw inkoopspecificatie. Laat waar nodig aanvullend microbiologisch onderzoek uitvoeren.

4. Wees voorbereid op zomersluitingen

Sommige bedrijven gaan drie weken dicht tijdens de bouwvakvakantie. Vaak gaat het om technische bedrijven. Let op dat de technische dienst voldoende onderdelen op voorraad heeft voor het oplossen van storingen. Zo kan de productie na een storing snel weer worden hervat.

5. Alle medewerkers getraind aan de slag

Of je nu te maken hebt met wisseling in vaste medewerkers of uitzendkrachten, het is belangrijk dat personeel altijd getraind aan de slag gaat. Zo zijn medewerkers altijd voldoende op de hoogte van de regels om voedselveilig te werken. Geen tijd om alle medewerkers van een training te voorzien? Laat ze dan een E-learning volgen. Deze volgen zij op het moment dat het voor hen uitkomt, zelfs vanuit huis. Het is dus niet nodig om de productie hiervoor stil te leggen. Het trainen van uitzendkrachten besteed je via E-learning uit aan het uitzendbureau. Zo lopen uitzendkrachten altijd getraind de productie binnen.

Vooral als nieuwe medewerkers via een uitzendbureau komen, is E-learning ideaal. Het uitzendbureau zorgt ervoor dat zij de training hebben gevolgd voordat ze bij ons komen. Dat scheelt tijd omdat ze meteen aan de slag kunnen. KAM-manager Group of Butchers

6. Het ‘zomer inspectie team’

Als alle medewerkers de juiste trainingen hebben gevolgd, ben je al een heel eind. Toch is het slim om zeker tijdens de zomerperiode de frequentie van inspecties op te hogen. Zo zit je als kwaliteitsafdeling korter op de bal en voorkom je onnodige afwijkingen en klachten. Een lage bezetting op de kwaliteitsafdeling? Creëer je eigen ‘zomer inspectie team’! Zo laat je inspecties uitvoeren door medewerkers van andere afdelingen. Hiermee heb je eens een andere blik op de productie en je zult zien dat medewerkers het leuk vinden om hierbij betrokken te worden. Met een inspectie app op de tablet lopen zij eenvoudig en snel een objectieve inspectie. Bovendien wordt het uitvoeren van een inspectie met een tablet door onze gebruikers als een leuke activiteit ervaren.

Het uitvoeren van inspecties met de iPad vinden onze medewerkers leuk om te doen. Manager Quality Cêlavíta

Hulp nodig?

Kunnen wij je helpen? Of het nu gaat om digitale oplossingen, trainingen, microbiologisch onderzoek, QA ondersteuning of andere vraagstukken. We staan graag voor je klaar, zodat je ook in de zomer het hoofd koel houdt. Neem contact met ons op.

branche-granen-zaden-en-peulvruchten

Voldoen jouw producten aan het nieuwe Warenwetbesluit Meel en Brood?

Sinds 1 juli 2022 is de overgangstermijn van het nieuwe Warenwetbesluit Meel en Brood voorbij. Alle producten moeten voldoen aan de gestelde verplichtingen uit het Warenwetbesluit. De aanpassingen hebben geleid tot duidelijkere regels over de samenstelling en eigenschappen van brood, maar brengen toch wat aandachtspunten met zich mee. Voldoen jouw producten aan het Warenwetbesluit? En heb je ook rekening gehouden met deze valkuilen?

In dit artikel lees je

Een stukje geschiedenis

De oorsprong van het Warenwetbesluit Meel en Brood stamt uit lang vervlogen tijden. Nog voordat de Nederlandse grondwet in 1814 beschikbaar was, waren er wetten en afspraken waaraan de gildeleden zich moesten houden. De gemaakte afspraken golden voor alle leden van de gildes en zorgden op die wijze voor eerlijke onderlinge concurrentie en duidelijkheid voor de consument. Het toezicht op de uitvoering werd gedaan door het gilde van bakkers.

Met de komst van de warenwet in 1919 is in eerste instantie een brood besluit en een meel besluit opgenomen in de nationale wetgeving. Hiermee werd het onderdeel van de Nederlandse Warenwet. In 1998 is het broodbesluit opgenomen in het Warenwetbesluit Meel en Brood.

Waarom is het Warenwetbesluit Meel en Brood gewijzigd?

Meer transparantie

Het Warenwetbesluit Meel en Brood heeft als doel – vanuit het oogpunt van volksgezondheid en de eerlijkheid in de handel – bepaalde eisen te stellen aan de samenstelling en benaming van brood. Zo gelden er specifieke bereidings- en samenstellingseisen, benamingen, aanduidingen en vermeldingen.

Nederland heeft een enorme variëteit aan broden. Waar er vroeger alleen wit-, tarwe-, en volkorenbrood was, bestaan nu veel meer variaties. Denk aan: roggebrood, zuurdesembrood, meergranen en andere buitenlandse soorten. Door al die variaties is het voor de consument lastig de verschillen te zien.

Wat zijn de nieuwe regels?

Verplichte aanduidingen

  • Een brood moet altijd de naam wit, bruin of volkoren bevatten afhankelijk van het gebruikte meel. De naam wit, bruin of volkoren is niet meer vrijblijvend maar verplicht.
  • Witbrood moet gemaakt zijn van meel waarin zemelen met het blote oog niet waarneembaar zijn.
  • Bruinbrood moet gemaakt zijn van meel waarin zemelen met het blote oog waarneembaar zijn.
  • Volkorenbrood moet gemaakt zijn van meel waarin van nature voorkomende zetmeelrijke kern, kiem en zemelen van de desbetreffende graansoort in hun natuurlijke verhouding, al dan niet na een bewerking te hebben ondergaan, aanwezig zijn.
  • Een brood dat met één of twee graansoorten bereid is, moet altijd de naam van het gebruikte gra(a)n(en) bevatten.
  • De benaming bruinbrood is niet meer toegestaan. De benaming wordt bruintarwebrood.
  • Een brood met één graansoort in de naam moet gemaakt zijn met minimaal 98% van die graansoort.
  • Bevat het brood twee graansoorten, dan moeten deze in de naam terugkomen en in de volgorde geplaatst zijn van hun aandeel en het aandeel moet samen minimaal 98% zijn.
  • Bevat het brood drie of meer graansoorten dan mag dit meergranenbrood genoemd worden wanneer maximaal 90% van het meel afkomstig is van één graansoort.
  • Zuurdesem- of desembrood worden beschermde productaanduidingen. Het gebruikte rijsmiddel van die broden moet (zuur)desem zijn. Ten behoeve van een beheersbaar rijsproces en uniformiteit van het eindproduct, is het toegestaan 0,2% droge/ 0,5% verse gist toe te voegen bij de productie van zuurdesembrood.

Gewichtsklasse

Broden die tussen 350 en 1000 gram wegen, moeten op droge stof worden geproduceerd. Dit betekent dat de hoeveelheid droge stof in het brood aan de in dit Warenwetbesluit vastgelegde gewichten moet voldoen. Dit waren twee gewichtsklassen, namelijk half (240 tot 265 gram) en heel (480 tot 530 gram. Daarnaast wordt een extra klasse toegevoegd, namelijk: midden/middengroot (360 tot 400 gram)

Wat zijn de valkuilen en waar moet je op letten?

Een bruin gekleurd brood mag niet altijd de naam ‘bruin’ bevatten

Het is verplicht om wit, bruin of volkoren op of bij ieder product te vermelden. Witbrood bevat voornamelijk bloem en de zemelen zijn niet zichtbaar. Bruinbrood bevat voornamelijk (volkoren)meel, al dan niet gemengd met gebroken graankorrels en -vlokken, en de zemelen zijn wel zichtbaar. Deze nieuwe regel heeft als doel om voor de consument duidelijk te maken wat de basis is van het meelbestanddeel, ongeacht de kleur van het brood. Zo kan het voorkomen dat een brood wel een bruine kleur heeft, maar conform de nieuwe regels toch als ‘wit’ aangeduid moet worden.

Wanneer mag brood volkoren heten?

In het Warenwetbesluit Meel en Brood staat in artikel 16 vermeld dat, voor de producten welke benoemd staan in het besluit, de term volkoren in de naam van het product uitsluitend mag en moet worden gebruikt als in dit product de van nature voorkomende zetmeelrijke kern, kiem en zemelen van de desbetreffende graansoort in hun natuurlijke verhouding, al dan niet na een bewerking te hebben ondergaan, aanwezig zijn.

Volkorenbrood moet dus worden gemaakt van 100 procent volkorenmeel.

Voor andere producten bestaat in Nederland geen wetgeving. In het Handboek Etikettering van levensmiddelen van de NVWA is echter aangegeven dat als de term ‘volkoren’ wordt gebruikt voor andere levensmiddelen die niet onder het Warenwetbesluit vallen, zoals koekjes, toastjes, crackers of pasta, het meel voor deze producten ook 100% volkorenmeel moet zijn dat voldoet aan de definitie van artikel 16 van het Warenwetbesluit Meel en brood. Indien een deel van het meelbestanddeel van een product uit een andere meelsoort dan volkorenmeel bestaat, dan kan in de benaming van het product niet alleen ‘volkoren’ worden genoemd. Een juiste benaming van bijvoorbeeld een cracker met 50% volkorenmeel en 50% bloem zou dan zijn: ‘cracker’ of ‘cracker met 50% volkorenmeel en 50% bloem’.

Bepaling van het meelbestanddeel

Ook het noemen van het graan in de benaming van het brood is verplicht. De definitie van een graansoort kan nog wel eens lastig zijn, want wat valt hier nu wel en niet onder? De meest bekende graansoorten zijn:

  • Tarwe (waaronder spelt)
  • Rogge
  • Haver
  • Gerst

Maar ook andere granen en pseudogranen tellen mee bij het meelbestanddeel, denk aan:

  • Maïs
  • Rijst
  • Gierst
  • Boekweit
  • Quinoa

Ook mout en moutmeel, kiemen, zemelen, gries, korrels, vlokken en grutten van deze granen tellen mee bij het meelbestanddeel. Gluten, moutextracten, zetmeel, eiwitten en stropen van deze granen tellen dan weer niet mee, evenals zaden en pitten en peulvruchten (zoals sojameel, lupinemeel of veldbonenmeel). Let ook op dat decoratie (zoals havervlokken die alleen bovenop het brood worden gestrooid) niet meetellen bij het meelbestanddeel.

Meerdere graansoorten in je brood

Wanneer het meelbestanddeel bepaald is, moet dit ook in de benaming vermeld worden. In geval van één graansoort is het makkelijk: wanneer bijvoorbeeld alleen tarwebloem wordt gebruikt, dan wordt dit ‘tarwebrood’. Maar bij gebruik van twee of meer graansoorten wordt dit lastiger. Hiervoor geldt dat de graansoorten:

  • Tezamen voor minimaal 98% aanwezig moeten zijn in het meelbestanddeel;
  • Afzonderlijk voor minimaal 5% aanwezig moeten zijn in het meelbestanddeel.
brood

Bovendien moeten de graansoorten in afnemende hoeveelheid in de benaming worden vermeld. Zo wordt een brood met in het meelbestanddeel 87% tarwe en 13% rogge als ‘tarweroggebrood’ vermeld. Maar een brood met 87% tarwebloem, 10% roggebloem en 3% rijstbloem voldoet niet aan bovenstaande en krijgt een aangepaste vermelding, bijvoorbeeld ‘brood met tarwe en rogge’. Ook moet in beide gevallen voor de betreffende tarwe- en roggecomponenten in de ingrediëntendeclaratie de KWID (kwantitatieve ingrediëntendeclaratie) worden toegevoegd.

Ten slotte nog de term meergranen, hiervoor geldt dat:

  • Minimaal drie verschillende graansoorten in het meelbestanddeel aanwezig zijn;
  • de graansoort die het meest aanwezig is maximaal 90% van het meelbestanddeel vormt.

Ook hierbij geldt de verplichting van de KWID van de betreffende graansoorten in de ingrediëntendeclaratie. Een brood met 85% tarwebloem, 9% roggebloem en 6% havermeel voldoet dus wel aan ‘meergranen’, maar een brood met 92% tarwebloem, 6% roggebloem en 2% havermeel niet. Pas daarom eventueel je receptuur aan om de gewenste aanduidingen te mogen gebruiken.

(Zuur)desembrood

Een andere nieuwe regel is de aanduiding (zuur)desembrood. Hiervoor geldt dat:

  • (Zuur)desem als enige rijsmiddel is gebruikt;
  • er maximaal 0,2% droge gist (voor broden met vruchten, noten, zaden en pitten: 0,5% droge gist) of maximaal 0,5% verse gist (voor broden met vruchten, noten, zaden en pitten: maximaal 1,2% verse gist) is toegevoegd aan het meelbestanddeel (dus niet aan het desem);
  • Bij gebruik van vloeibare gist moet het toegevoegde percentage berekend worden aan de hand van de verdunningsfactor vanuit verse gist.

Als definitie van (zuur)desem geldt: een product dat ontstaat na fermentatie van een mengsel op basis van graan, water en van nature aanwezige micro-organismen, waarbij de micro-organismen in een actieve toestand aanwezig zijn of reactiveerbaar zijn.

Wanneer dus alleen gebruik wordt gemaakt van geïnactiveerd desempoeder of wanneer naast desem ook een ander rijsmiddel zoals bakpoeder wordt toegevoegd, dan mag de aanduiding ‘(zuur)desembrood’ niet worden gebruikt. Een brood met 5% desem en meer dan 0,2% droge gist mag dan bijvoorbeeld als ‘brood met desem en gist’ worden vermeld.

Brood in samengesteld product

Wanneer brood als ingrediënt in een samengesteld product wordt gebruikt, dient de vermelding van het brood in de ingrediëntendeclaratie ook te voldoen aan het nieuwe Warenwetbesluit. Als voorbeeld benoemen we een ham-kaastosti. Als het brood als samengesteld ingrediënt is opgenomen in de ingrediëntendeclaratie, dan moet deze vermeld worden met de officiële benaming. Bijvoorbeeld ‘wit tarwebrood’. Houd hier rekening mee en kijk dit goed na in de grondstofspecificatie. Of vraag je toeleverancier wat de juiste benaming moet zijn.

Hulp nodig?

Dus, wat wordt de benaming van een brood met 85% tarwebloem, 8% speltbloem en 7% roggebloem, gerezen met actief desem en 0,1% toegevoegde verse gist? We begrijpen dat dit een lastig vraagstuk is. En dat er regelmatig van dit soort moeilijke vraagstukken voorbij komen. Onze etiketteringsspecialisten ondersteunen je graag bij het toepassen van de juiste wet- en regelgeving. Neem contact met ons op.

Als eerste op de hoogte zijn van de nieuwste kennisartikelen? Volg onze LinkedInpagina

Kennisupdate

Lees op deze pagina over nieuws en wijzigingen in wet- en regelgeving, standaarden en keurmerken, etc.

Als er een oranje pijltje in het blok staat, kan je doorklikken om meer te lezen of een bijlage te openen.

Lees hier verder voor nieuws en wijzigingen van voor 1 juli 2022.

Wijzigingen wetgeving houdbaarheid: THT of TGT

De wetgeving voor het vermelden van een houdbaarheidsdatum in Nederland zou aanvankelijk veranderen per 1 juli 2022. Maar onlangs is besloten om het gewijzigde warenwetbesluit BBL pas op 1 januari 2023 in werking te laten treden. Uiteraard is het mogelijk om voortijdig al de nodige wijzigingen door te voeren, zodat je per 1 januari voldoet aan de verplichtingen uit het besluit. Met welke wijzigingen ten aanzien van de THT en TGT vermelding moet je rekening houden?

Aanduiding THT of TGT

In Nederland geldt qua wetgeving voor de vermelding van de houdbaarheid op voorverpakte producten Verordening (EU) nr. 1169/2011 en Warenwetbesluit Bereiding en Behandeling van levensmiddelen. De datum van minimale houdbaarheid van een levensmiddel of uiterste consumptiedatum is een verplichte vermelding voor voorverpakte levensmiddelen conform Verordening (EU) nr. 1169/2011. Er geldt een aantal uitzonderingen zoals voor sommige verse en lang houdbare voedingsmiddelen, waaronder bijvoorbeeld azijn, keukenzout, suikerwerk en verse, niet-gesneden groenten en fruit.
In artikel 24 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 staat:

  • Levensmiddelen die uit microbiologisch oogpunt zeer bederfelijk zijn en daarom na korte tijd een onmiddellijk gevaar voor de menselijke gezondheid kunnen opleveren, moeten worden voorzien van een uiterste consumptiedatum (TGT, Te Gebruiken Tot). De overige producten krijgen dan een uiterste houdbaarheidsdatum (THT, Ten Minste Houdbaar Tot).

In artikel 15 van het Warenwetbesluit Bereiding en Behandeling van levensmiddelen staat:

  • Indien op de verpakking in een bewaarvoorschrift is vermeld dat de waar bewaard dient te worden tussen de 0°C en 6°C of een houdbaarheidstermijn is vermeld die korter is dan 5 dagen, dan dient een uiterste consumptiedatum te worden vermeld (TGT). In de overige gevallen een uiterste houdbaarheidsdatum (THT).

In de praktijk betekent dit dat er in Nederland veel producten op de markt zijn met een houdbaarheid langer dan 5 dagen en een bewaarvoorschrift tussen de 0°C en 7°C waar een THT op staat, maar die uit microbiologisch oogpunt na de vermelde houdbaarheidsdatum wel degelijk een gevaar voor de menselijke gezondheid kunnen opleveren. Dat is niet conform de Europese verordening. De wijziging van het Warenwetbesluit Bereiding en Behandeling van Levensmiddelen (BBL) is per 1 januari 2023 van kracht. Aanvankelijk zou dit per 1 juli 2022 het geval zijn, maar het afronden van de procedure voor de wijziging van het warenwetbesluit BBL duurt langer dan voorzien. Artikel 15 lid 2 en lid 3 verdwijnen, waardoor er geen tegenstrijdigheden meer zijn met Verordening (EU) nr. 1169/2011.

Voor producten die nu een THT datum hebben, moet worden nagegaan of ze na het verstrijken van de THT een onmiddellijk gevaar voor de menselijke gezondheid kunnen opleveren. Dit is dan met name vanuit microbieel oogpunt gezien. Is dat het geval, dan moet de THT worden vervangen door een TGT. In de praktijk zal dit met name gelden voor vleeswaren, ready-to-eat producten, kant en klaar maaltijden, salades, groenten die rauw kunnen worden gegeten, etc.

Tip: In de blog “hoe lang is mijn product houdbaar?” vertelt QA-Adviseur Germa welke factoren de houdbaarheid van een product kunnen beïnvloeden. Ook geeft ze tips hoe je de houdbaarheid van jouw product wettelijk kunt onderbouwen.

Ga dus, met name bij de producten die nu een THT vermelding hebben, na of het product onderhevig is aan microbiologisch bederf, waardoor het na het verstrijken van de vermelde datum een gevaar voor de menselijke gezondheid kan opleveren. Onderbouw waarom er is gekozen voor vermelding van TGT, dan wel THT. Wil je de houdbaarheid van jouw product wettelijk onderbouwen? Dan is een houdbaarheidsonderzoek noodzakelijk. Je krijgt hiermee inzicht in de microbiologische en organoleptische parameters van jouw product.

En tot slot, gebruik altijd de juiste, uitgeschreven, wettelijke bewoording:

  • Te gebruiken tot:
  • Ten minste houdbaar tot:

Voer tijdig wijzigingen door

Heeft de wijziging van het warenwetbesluit gevolgen voor jouw producten? Controleer dit op tijd, zodat je per 1 januari 2023 voldoet aan de nieuwe eisen. Onze Quality Assurance specialisten helpen je graag bij het toepassen van de juiste regels. Of laat je door onze etiketteringsspecialisten adviseren over een correct etiket. Neem contact met ons op.

Als eerste op de hoogte zijn van de nieuwste kennisartikelen? Volg onze LinkedInpagina.

Column: Klantvragen over aanvullende vereisten

Over het algemeen begeleiden wij als QA-adviseurs bedrijven op het gebied van voedselveiligheid. Denk aan het opstellen en onderhouden van kwaliteitssystemen volgens één of meerdere GFSI erkende normen zoals IFS, BRCGS of FSSC 22000. Maar wat doe ik als een klant een aanverwante vraag heeft?

Veelvoorkomende vragen

Naast de genoemde voedselveiligheidsstandaarden worden steeds meer eisen gesteld aan een bedrijf. Een deel van deze eisen komt op het bordje van de kwaliteitsdienst terecht. Denk aan wetgeving binnen andere landen dan Nederland, certificeringen die te maken hebben met integriteit of een vraagstuk rondom productontwikkeling. Afhankelijk van de rol die ik bij een bedrijf vervul, vraagt de klant mij om advies. Ik vind het altijd een leuke uitdaging om me te verdiepen in andere zaken naast de veelvoorkomende onderwerpen.

Als het me lukt om de klant een stapje verder te brengen, is mijn dag geslaagd!

De diepte induiken

Bij zo’n vraag duik ik allereerst in de beschikbare informatie. Welke literatuur is te vinden en kan ik hiermee de vraag van de klant beantwoorden? Ook raadpleeg ik de Kennisbank van Normec Foodcare. Daarnaast hebben we een goede achterban met een team van adviseurs dat bij elkaar tientallen jaren ervaring heeft. Wie van mijn collega’s heeft hier eerder mee te maken gehad en kan mij en de klant de goede weg op helpen? Soms is de vraag zo specifiek, dat ik verder moet kijken dan QA. In dat geval kan ik de klant beter doorverwijzen naar collega’s van bijvoorbeeld onze laboratoria.

Al met al probeer ik altijd de klant aan een antwoord te helpen. Als het me lukt om de klant een stapje verder te brengen, is mijn dag geslaagd!

Interne audit

Over de auteur

Mijn naam is Suzanne van Heusden. Ik ben werkzaam bij Normec Foodcare als QA-Adviseur . Hiervoor kom ik bij allerlei verschillende klanten. Ik help bedrijven met het opstellen en implementeren van een kwaliteitssysteem. Daarnaast voer ik interim opdrachten uit waarbij ik een kwaliteitsafdeling ondersteun met diverse inhoudelijke projecten. Ook buiten werktijd ben ik veel met voeding bezig en bak en kook ik graag. Mijn baan is zo leuk omdat ik, letterlijk, bij veel bedrijven een kijkje in de keuken mag nemen.