• nl
    • en
    • de

De lessen van de fipronilcrisis: fabrikanten kunnen meer doen tegen voedselfraude

Fabrikanten kunnen zelf meer doen om voedselfraudes te voorkomen. “Het is té gemakkelijk om naar de NVWA te wijzen. Je moet zelf weten welke risico’s je loopt en maatregelen nemen ter preventie. Veel fabrikanten doen dit nog onvoldoende”, zegt Michel Brinkhorst van Normec Foodcare.

Tijdens de fipronilcrisis kreeg de NVWA behoorlijk veel verwijten. Soms werd er zelfs gesuggereerd dat zij schuldig zou zijn aan de omvang van de eiercrisis. Staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken) liet in het debat op 24 augustus een heel ander geluid horen. “Bedrijven die levensmiddelen produceren zijn in de eerste plaats zélf verantwoordelijk voor de veiligheid van de producten en de controles die daarbij horen. Elke dag lijden bedrijven schade door onoorbaar gedrag van anderen. Dat is ongelofelijk verdrietig. Maar het is hun eigen verantwoordelijkheid om te werken met kwaliteitssystemen die goed functioneren.” De staatssecretaris wil wel onderzoeken hoe de overheid deze kwaliteitssystemen beter kan ondersteunen. Maar zijn alle fabrikanten wel opgewassen tegen dit soort frauduleuze praktijken? Michel Brinkhorst, managing director van Normec Foodcare, vindt van niet. “Wij zien in de praktijk dat veel fabrikanten onvoldoende maatregelen nemen om voedselfraude te voorkomen.” Hij deelt die mening met zijn collega Thim Zevenberg, projectmanager bij dochterorganisatie FoodTrust.

FoodTrust voert regelmatig audits uit om te checken of fabrikanten voldoende doen om voedselfraude te voorkomen. Kunt u in algemene zin zeggen welke type fabrikanten dit goed voor elkaar hebben?

Brinkhorst: “Daar is niets over te zeggen. We komen wel eens bij multinationals met een enorme naam en faam. Je zou denken dat zij alles in het werk stellen om voedselfraude te voorkomen. Dat valt soms behoorlijk tegen. En we worden wel eens verrast door mkb’ers die dit onderwerp ontzettend goed onder controle hebben. De grootte van een bedrijf zegt dus niets over de mate waarin zij bestand zijn tegen voedselfraude. We zien wel dat bedrijven die maatregelen hebben genomen minder snel getroffen worden door een voedselschandaal. In maart hadden we bijvoorbeeld het Braziliaanse rundvleesschandaal. Hierbij werd bedorven rundvlees verkocht en verwerkt in worst. Bepaalde bedrijven hebben hier geen last van gehad omdat zij vooraf goede preventieve maatregelen hadden genomen. Daardoor konden ze garanderen dat dit vlees niet was bijgemengd in hun producten.”

Vrijwel alle fabrikanten die aan supermarkten leveren zijn gecertificeerd volgens een GFSI standaard zoals BRC, IFS of FSSC 22000. Kun je met deze standaarden voedselfraude voorkomen?

Brinkhorst: “Zeker niet. Deze standaarden focussen zich op voedselveiligheid. Er wordt niet primair op voedselfraude getoetst. Bovendien hebben auditoren te weinig tijd om écht goed op dit onderwerp in te gaan.”
Zevenberg: “Sterker nog, tot een paar jaar geleden maakte voedselfraude niets eens deel uit van de certificering. Dat is nu aan het veranderen. Steeds meer certificeringsstandaarden stellen het maken van een risicoinventarisatie voor voedselfraude verplicht. Dit geldt voor de BRC7, die in juli 2015 is ingegaan, en de doctrines van de IFS die in april 2014 zijn ingegaan. De FSSC 22000 versie 4.1 stelt vanaf januari 2018 het maken van zo’n inventarisatie voor verplicht.”
Brinkhorst: “Maar dat geeft nog geen garantie voor een goed voedselfraudepreventiebeleid. Veel risicoinventarisaties hebben te weinig diepgang en niet alle risico’s worden onderkend. En bij de preventie van voedselfraude zijn juist die details zo belangrijk. Dat zie je ook terug bij het eierschandaal. Een kleine schakel in de keten kan een grote crisis veroorzaken.”

Voor supermarkten is het wel lastig dat een certificaat zo weinig garantie geeft. Hoe weten zij dat zij zaken doen met een fabrikant die er alles aan doet om voedselfraude te voorkomen?

Brinkhorst: “Ik zou mensen aannemen die expertise hebben op dit gebied. Zij kunnen de maatregelen die hun leveranciers nemen beoordelen en het gesprek met hen aangaan.”

Het lijkt me als fabrikant bijzonder lastig om voedselfraude tegen te gaan. Je hoeft maar één boze medewerker in je team te hebben die gif in je grondstof injecteert en je hebt al een voedselcrisis te pakken. Kun je je tegen al die risico’s wapenen?

Zevenberg: “Je kunt je niet overal tegen wapenen. Maar je kunt vooraf wel een goede inschatting maken van de risico’s die je loopt. Heb je bijvoorbeeld megastallen gebouwd en stuitte je daarbij op veel verzet? Dan vormt de omgeving een groot risico. Dat geldt niet voor een koekfabriek die een lekkere geur verspreidt in de omgeving en bekend staat als een goede werkgever. Bij zo’n koekfabriek liggen de risico’s waarschijnlijk op andere vlakken, bijvoorbeeld bij het inkopen van kruiden uit derdewereldlanden. Het is belangrijk dat de risicoinventarisatie voldoende diepgang heeft. Ga bijvoorbeeld na hoe jouw leveranciers er financieel voor staan. Iedereen wil overleven. En ondernemers die moeite hebben om hun hoofd boven water te houden, zullen eerder geneigd zijn om te frauderen. En heb oog voor grondstoffen die moeilijk verkrijgbaar en duur zijn. Vanille is daar een voorbeeld van. Fraudeurs kunnen snel veel geld verdienen door zo’n grondstof te vermengen met een goedkopere variant.”

Welke maatregelen kun je vervolgens nemen om fraude tegen te gaan?

Brinkhorst: “Elk risico vraagt om andere maatregelen. De inkoop van grondstoffen is daar een goed voorbeeld van. Je kunt het gesprek met je leveranciers aangaan en duidelijk maken wat je van hen verwacht. Ook kun je regelmatig steekproeven nemen en deze monsters laten onderzoeken, bijvoorbeeld op verboden bestrijdingsmiddelen. En ik zou de leveranciers vertellen dat je met de bestrijding van voedselfraude bezig bent. Ik ben ervan overtuigd dat daar al een preventieve werking van uitgaat.”
Zevenberg: “En het is belangrijk om alert te zijn op de signalen. Wonderen bestaan niet. Er moeten alarmbellen bij je afgaan als een grondstof plotseling veel goedkoper is of als een bestrijdingsmiddel plotseling erg goed werkt. Dit moet een aanleiding zijn om de leverancier kritische vragen te stellen en extra monsters te onderzoeken.”

Het lijkt me dat een goed preventiebeleid veel tijd en geld kost. Kan elke fabrikant zich dat veroorloven?

Brinkhorst: “Het opzetten van een goed preventiebeleid kost in het begin inderdaad wat tijd. Daarna is het onderdeel van je bedrijfsvoering en ben je er nauwelijks extra tijd aan kwijt. En de kosten rijzen echt niet de pan uit. Je bent een keer wat geld kwijt voor het testen van een monster of het uitvoeren van een audit. Dat gaat niet om enorm hoge bedragen. Bovendien lijkt het me belangrijk om hierin te investeren. Bedenk je eens wat het kost als de naam van jouw bedrijf op de voorpagina van de Telegraaf staat. Het lijkt me dat je alles in het werk wilt stellen om dat te voorkomen.”

Hoeveel tijd ben je kwijt om een goed preventiebeleid op te zetten?

Zevenberg: “Dat hangt af van de complexiteit van het product dat je produceert. Een enkelvoudig product is eenvoudiger dan een koekje dat uit veel verschillende ingrediënten bestaat. Het kost een bedrijf ongeveer 6 tot 12 maanden om alle risico’s goed in kaart te brengen en de juiste maatregelen te nemen.”
Brinkhorst: “Dat betekent niet dat er in die eerste maanden niets gebeurt. Je bouwt het beleid stap voor stap op. Je begint met de grootste risico’s. Je zorgt ervoor dat je die voldoende uitdiept en de juiste maatregelen neemt. Daarna pak je de kleinere risico’s op.”

Kun je daarmee alles dichttimmeren en elke voedselcrisis voorkomen?

Brinkhorst: “Nee. Je loopt altijd een risico, zelfs als je elke grondstof regelmatig test. Het is namelijk niet realistisch om een grondstof op alle mogelijke parameters te analyseren. Je moet daar een keuze in maken. Er zijn dus altijd verboden stoffen waar je je grondstof niet op gecheckt hebt. Maar een goed beleid zorgt er wel voor dat de kans veel kleiner is dat een voedselschandaal jouw bedrijf treft. En mocht dat toch gebeuren, dan is het goed om kenbaar te kunnen maken dat je alles hebt gedaan om dit te voorkomen.”

Supermarkten werken graag met streekproducten. Vormen die producten een
extra risico?

Zevenberg: “Een streekproduct heeft voor- en nadelen. Het voordeel is dat je het bedrijf gemakkelijk kunt bezoeken en dat je het gesprek kunt aangaan met de ondernemer. Streekproducten hebben ook nadelen. Maar je loopt met deze producten niet per definitie een groter of een kleiner risico dan met producten die je afneemt bij een multinational.”

Hadden de eierhandelaren en de retailers een crisis kunnen voorkomen met een goed
preventiebeleid?

Brinkhorst: “Achteraf is het altijd gemakkelijk praten. Dus ik weet niet of ze een crisis echt hadden kunnen voorkomen. Maar ik vind wel dat je van een grote afnemer van eieren kennis en kunde op dit gebied mag verwachten. Met meer alertheid was de kans in elk geval groter geweest dat dit eerder aan het licht was gekomen.”

Tot slot, hoe hoopt en verwacht u dat dit zich ontwikkelt?

Brinkhorst: “Ik verwacht dat de preventie van voedselfraude in de toekomst een vast onderdeel wordt van de bedrijfsvoering van elke fabrikant. Je kunt dit vergelijken met de ontwikkeling die HACCP de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Zo’n 20 jaar geleden waren bedrijven verbaasd dat de overheid HACCP verplicht ging stellen. Ze vroegen zich af of de toenmalige Keuringsdienst van Waren hier daadwerkelijk op ging controleren. Nu neemt elk bedrijf de voedselveiligheid zeer serieus. Deze ontwikkeling zal de preventie van voedselfraude ook doormaken. Over 20 jaar is dit voor elk bedrijf een vanzelfsprekendheid.”

Bron: Levensmiddelenkrant

controleren voedselwaren boxarrow-up

Datum

16-11-2017

Categorie

Blog

Delen

© 2019 Normec Foodcare Privacy
nlende
Offerte aanvragen
Care for Food Group gaat verder als Normec Foodcare

Vanaf 1 september is de Care for Food Group met IvoMar Marktonderzoek overgegaan in Normec Foodcare. Hierdoor kunt u bij één partij terecht voor een totale dienstverlening binnen de voedingsbranche. Normec Foodcare is dé specialist voor onderzoek, inspecties, compliance en certificering voor retail en food.

Wij nemen complete projecten voor u uit handen op het gebied van kwaliteit, industriële voedselveiligheid, smaakonderzoek, microbiologisch en chemisch onderzoek, QA automatisering, opleiding en trainingen, etikettering en risicomanagement.

Sluiten
IvoMar Marktonderzoek gaat verder als Normec Foodcare

Vanaf 1 september is IvoMar Marktonderzoek met de Care for Food Group overgegaan in Normec Foodcare. Hierdoor kunt u bij één partij terecht voor een totale dienstverlening binnen de voedingsbranche. Normec Foodcare is dé specialist voor onderzoek, inspecties, compliance en certificering voor retail en food.

Wij nemen complete projecten voor u uit handen op het gebied van kwaliteit, industriële voedselveiligheid, smaakonderzoek, microbiologisch en chemisch onderzoek, QA automatisering, opleiding en trainingen, etikettering en risicomanagement.

Sluiten